Zegen
Zijn christenen machteloos?
Oog in oog met ziekte en kwaad voelen we ons als christenen vaak machteloos. Toch durven we het niet aan om onze zieken de handen op te leggen en hen te genezen. Massale genezingscampagnes schrikken ons af, maar brengen ons tegelijk ook in verlegenheid. Bidden lijkt nog het meest veilig, maar de vraag blijft knagen: Kunnen we als christenen niet méér doen? Het evangelie is toch een kracht tot behoud? Het lijkt hoog tijd om de opdracht tot zegenen weer eens voor het voetlicht te halen. Aan de hand van het boekje Nou, het beste…- over zegenen gesproken - van drs. André de Haan (PKN-predikant) gaan we na wat zegenen is en wat voor effect het heeft, wie er mogen zegenen volgens de Bijbel en in welke (pastorale) situaties er in onze tijd gezegend zou kunnen worden.
Volgens De Haan maakt zegenen deel uit van de communicatie tussen God en mens. Hij omschrijft het als volgt: “De grondbetekenis van het woord zegenen is ‘iemand heilzame kracht geven’. Zegenen is het goede van God toespreken aan de ander, cq het over die ander uitspreken. Daarmee wordt bekrachtigd wat God al in die ander gelegd heeft en wordt dat tot groei uitgenodigd. Het bevestigt mensen, ondersteunt hen en doet hen groeien.” In de Bijbel komt zegenen wel 466 keer voor. Meteen in Genesis 1 zien we dat er een verlangen is in God om te zegenen, om het goede aan Zijn schepping te geven. (Gen. 1:22 en 28) Dit goede gaat van God uit, Hij is de bron. De zegen van God is een met macht geladen woord. Als God de waterdieren zegent en hen gebiedt vruchtbaar te zijn en talrijk te worden, komt in die zegen gelijk de vervulling mee. Gods woord schept. Zo is ook de zegen die wij in Jezus’ Naam aan anderen mogen opleggen een door God gegeven ‘kanaal’ waarlangs het goede vanuit God met heilzame kracht naar de ander toe kan stromen. Zegenen maakt Gods beloften tastbaar, geeft de ervaring van nabijheid, want Gods aanwezigheid komt in de zegen mee.
De Haan noemt in zijn boekje veel praktijkvoorbeelden van mensen en kinderen die dankzij het ontvangen van een zegen een positieve wending in hun leven ervoeren. Huilbaby’s sliepen door, stervenden vonden rust, ruziezoekende kinderen leerden communiceren, een groep gehandicapten werd bevrijd van vele onderlinge spanningen. Zegenen is niet alleen heilzaam voor degene die wordt gezegend, maar ook voor degene die zegent. Wanneer er voorbede gedaan wordt, sta je naast de ander en kijk je samen naar God. Bij het zegenen mag je naast God gaan staan en kijk je met Zijn ogen naar de ander. Doordat het goede van God over de ander uitgesproken wordt, veranderen ook je gedachten over de ander in positieve zin.
Wie mogen zegenen?
God is niet de enige die zegent, ook mensen mogen zegenen. Zo zien we in het OT dat Jakob voor iedere zoon afzonderlijk een persoonlijke zegen uit mag spreken. De meerdere mag zijn mindere zegenen, maar ook andersom. Zo zegent Mozes farao in Ex. 12 en zo zegent het volk Salomo in 1 Kon. 8. Wie de zegen ook uitspreekt, het is alleen God die hem vervult.Het maakt daarom niet uit wie er zegent. De kracht van een zegen is immers niet afhankelijk van degene die zegent, noch van degene die hem ontvangt, maar van God. In het NT is het zegenen ook verweven met het gewone leven. De oproep om te zegenen is aan iedereen gericht (Rom. 12, 14 en 1 Petr. 3:9).
Sinds de Reformatie is het gebruik van het zegenen beperkt tot de eredienst en slechts voorbehouden aan de ambtsdragers. Het zou mooi zijn als het zegenen weer die rol in het gewone leven zou krijgen, die het ook had in de tijd van de Bijbel. De Haan: “Zelfs al zou er een ambt nodig zijn om te zegenen, zou dan het priesterambt van de gelovige niet voldoende zijn (vgl. 1 Petr. 2:9)?”
Wat zeg je en wat doe je?
De Haan: “Als ik heb gezegd: “HERE, ik ben beschikbaar voor U”, kan God gedachten in mijn hersenen leggen en gevoelens in mijn gevoel. (…) Zo kan God ons woorden uit Zijn Woord laten denken, maar ook andere begrippen als veiligheid, warmte, geborgenheid, aandacht, schuilplaats enzovoort. De Geest schakelt de gelovige niet uit, maar in.” Zegenen is eigenlijk een kwestie van luisteren, kijken en bedenken. Luisteren naar de gedachten die God in je hart legt, kijken naar de mens die voor je zit. In het verhaal dat de ander je verteld heeft, zitten tekenen die aangeven dat God met hem of haar op weg is. Die tekenen mag je zegenen, bijv. verlangen naar rust, trouw, rechtvaardigheidsgevoelens, aanvaarding etc.
Bij het zegenen van mensen in pijn, zou gezegend kunnen worden met worden als: “Ik zegen jou met het verlangen van Jezus jouw pijn te delen…Ik zegen jou met de draagkracht van Jezus…” En bedenk verder de dingen die van Christus zijn: vergeving i.p.v. wraak, ontferming i.p.v. onverschilligheid, vrede en heelheid in relaties. Aanraken is zeker niet noodzakelijk bij het zegenen! De kracht schuilt immers in Gods Woord: Hij spreekt en het is er. De aanraking doet in wezen niets en is slechts symbolisch bedoeld. In pastorale situaties is het raadzaam om met twee personen te zegenen, zodat er geen emotionele en seksuele grenzen overschreden worden.
Wanneer zegenen?
Aan het begin van het kerkelijk seizoen (bijv. startzondag) kunnen o.a. de predikanten, kerkenraadsleden en jeugdleiders gezegend worden. Kinderen kunnen gezegend worden bij het verlaten van de kindernevendienst. Man en vrouw kunnen het nieuwe leven in de baarmoeder zegenen, of hun kinderen die gepest worden. De geest van een kind is kwetsbaar en het is goed als het mag ervaren: ik ben geliefd en van waarde. Leerkrachten kunnen in stilte moeilijke kinderen zegenen in hun klas met de rust en de vrede van God. Lastige collega’s op het werk kunnen gezegend worden, zodat er in die situatie ruimte komt voor God om iets goeds uit te werken.
De Haan: “Bij het zegenen van zieken hoeft er geen spanning te zijn of God wel of niet zal verhoren. Er wordt immers niets gevraagd, alleen het goede wordt toegesproken en God bepaalt wat het goede voor die mens inhoudt.” Juist in deze moeilijke pastorale situaties helpt zegenen over gebedsverlegenheid heen.
De Haan zegent stervenden met het verlangen van Jezus om hen bij Zijn Vader te brengen en met de volmaakte liefde van Jezus, die alle angst verdrijft. “Wanneer achterblijvenden in aanwezigheid van de stervende gezegend worden met de zorg van onze Heer, zal dat de stervende troosten en het hem vergemakkelijken hen los te laten.” Elke christen is geroepen te zegenen en (daardoor) zegen te beërven. Iemand met een zegenende levenshouding kiest ervoor te leven op het niveau van Gods genade en volgens de wet van het Koninkrijk: “Overwin het kwade door het goede. (Rom. 12:21)” Christenen zijn niet machteloos, God heeft ons in het zegenen een machtig wapen gegeven om levensreddend bezig te zijn in een wereld vol kwaad, ziekte en dood.
Wilma Kapitein
n.a.v. Nou het beste…- over zegenen gesproken - Drs. André de Haan Uitgeverij Filippus/EBmedia
