Geef mij armoede noch rijkdom
Wie wijsheid vindt, vindt het leven (8)
Spreuken 30: 1-16
door E.J. van der Linde
De Economie van het genoeg
Tegenover de economie van het ik-wil-meer, stelt de bijbel de economie van het genoeg. Tevredenheid is een schaars goed in onze tijd. We willen meer inkomen, een nieuwere versie, een betere kwaliteit, een snellere service. We jagen elkaar op en steken elkaar aan en de reclame is de aanjager in optima forma.
Gelukkig zijn er in onze tijd ook andere geluiden. Heel bijbels is de zogenaamde 'economie van het genoeg', of zoals Agur het ons zegt: geef mij armoede noch rijkdom. We vinden geen rust in de dingen, in de spullen, in de materie. Onrustig is en blijft ons hart, totdat het rust vindt in God (Augustinus).
Agur
Na de hoofdverzameling van koning Salomo volgen in Spreuken een aantal kleinere verzamelingen. Eén daarvan is die van Agur, de zoon van Jake. Deze namen komen voor in enkele oude Arabische inscripties. Verder weten we niets van Agurs privé-leven, behalve dit: hij had een godsspraak ontvangen, een last, een door God gegeven missie. Dat is niet niks!
Agur is tot de conclusie gekomen dat hij met geen mogelijkheid zelf kennis van God kan voortbrengen. Zijn verstandelijke vermogens schieten tekort (vers 2); zijn kracht, afgemeten aan de kr achten van de natuur stelt niets voor (vers 4). Hij heeft ontdekt dat God kennis openbaart aan mensen, die eigen pretenties hebben prijsgegeven en van Hem afhankelijk willen zijn (vers 5). Dat woord hebben we zorgvuldig te conserveren (vers 6).
Agurs gebed
Vervolgens noemt Agur een aantal behartenswaardige zaken: houd valsheid en leugentaal verre van mij, geef mij armoede noch rijkdom. Agur prikt de ballon van rijk-willen-zijn door. Rijkdom is een groot gevaar voor je geestelijke leven. Het wordt gemakkelijk een doel om voor te leven (weliswaar een leeg doel, maar door de zich verleggende grenzen en behoeften blijf je in de ban ervan). En door bezit kun je gaan denken en zeggen: ik red me we zélf!
Agur bidt dan concreet: Here, maak me niet rijk! Bid ik dat wel eens? Bewaar me, Here, voor het gevaar van bezit afhankelijk te zijn?
Agur bidt ook: Here, maak me niet arm. Ook armoede is een gevaar voor ons geestelijke leven. De zorgen van het leven kunnen dan het zaad van het Evangelie overwoekeren (vgl. de gelijkenis van de zaaier). Geld kan je net zozeer in de macht hebben als je het niet hebt (hoe krijg ik de rekeningen betaald), als wanneer je er meer dan genoeg van hebt.
Valsheid en leugentaal
Zorgen om schamel geld of om luxe geld kunnen je brengen tot bedrieglijk handelen, tot het doen van zondige transacties en foutieve opgaven in de inkomstenbelasting. Agur houdt deze zaken niet voor niets bij elkaar en bidt om Gods leiding in deze. Heer, die mij ziet zoals ik ben, dieper dan ik mijzelf ooit ken, kent Gij mij!
De Here centraal
Duidelijk is het verlangen in Agurs gebed, dat de Here centraal staat. Daarom vraag hij om iets niet te ontvangen (rijkdom/armoede), opdat hij God mag overhouden. Agur is doodsbenauwd dat hij de Here niet meer nodig zal hebben, of dat hij het gebod 'gij zult niet stelen' moet overtreden om in leven te blijven. Agur kent de Here. Dat is zijn echte schat. Daarom verzamelt hij geen schatten op aarde (Mat. 6: 19), al heeft hij wel aardse zaken nodig. Hij verzamelt schatten in de hemel (vergelijk het 'voordat ik sterf', vers 7). Hij beseft van God afhankelijk te zijn en bidt dan: 'voed mij met het brood mij toebedeeld (vers 8). Dat is een heilzaam medicijn tegen de economie van ik-wil-meer. Dat bewaart ons voor een bloedzuiger-mentaliteit (vers 15). In tegenstelling tot de genoemde zaken kunnen we in het geloof zeggen: het is genoeg. Liever geniet ik van het mij geschonken deel, dan dat ik ten koste van mijn zielerust tracht mijn bezit te vermeerderen.
Het onderwijs van Christus
Hoe mooi is de overeenstemming met het gebed dat onze Heiland ons leerde bidden: Geef ons heden ons dagelijks brood. Hieruit komt onze afhankelijke positie uit: 'heden', vandaag heb ik de zorg van de hemelse Vader nodig. Dat mogen we Hem voorleggen: kleding, gezondheid en kr acht om te werken.
We mogen/moeten dat leren. Afhankelijk zijn van God alleen, niet van sociale voorzieningen, de conjunctuur van de economie, ons salaris, enz. Dat mogen we in dank aan God aanvaarden, maar we kunnen er niet op bouwen. Alleen het vertrouwen op God is sterk genoeg om ons levenslot te dragen, anders vervallen we toch tot vertrouwen op de materie.
Een kind van God mag leven bij het koninklijk adagium: zoekt eerst het koninkrijk van God en al het andere zal u bovendien geschonken worden (Mat. 6: 33).
Zoek Jezus goed
Zoek Jezus vroeg.
En die Hem heeft,
Die heeft genoeg!
Discussievragen:
1. Leven we niet veel te luxueus en kan het allemaal niet wat soberder?
2. Bid ik wel eens: Here, maak me niet rijk?
3. Wat zegt het woordje 'genoeg' in de volgende teksten: Mat. 10: 25, 2 Kor. 9: 8, 12: 9 en 1 Tim. 6: 8?
4. Bespreek de stelling: de economie van het genoeg begint met een gelovig bidden van de 4de bede van het onze Vader.
5. Is het bovengenoemde te verenigen met het kopen van staats/krasloten, meedoen met een voetbalpool en materialistische spelletjes voor de T.V.?
