Het voorkómen van dood door nalatigheid
Wie wijsheid vindt, vindt het leven (6)
Spreuken 24: 10-26
door E.J. van der Linde
Brede verantwoordelijkheid
Wie de bijbel gebruikt als een checklist om af te vinken wat is afgerond, die begrijpt Gods bedoeling niet. Bekend is de uitlegregel van de 10 geboden dat in elk verbod een positieve opdracht zit. De catechismus gebruikt deze regel in haar uitleg. Is het dan genoeg als wij onze naaste niet doden? Nee, door het verbod gebiedt God onze naaste lief te hebben als onszelf en hem geduld, vrede en vriendelijkheid te bewijzen (vraag en antwoord 107). Dit is precies de lijn van het Spreukenboek. Meer doen dan het gewone.
Sterk zijn
De Spreukendichter roept ons in hoofdstuk 24: 10v. op om sterk te zijn juist als het erom spant, in de dag der benauwdheid. Juist dan moet je niet twijfelen, maar je radicaal inzetten voor het leven van je naaste. Een klassiek voorbeeld hiervan is het zich inzetten voor onderduikers en Joden in de Tweede Wereldoorlog. Het 'wir haben es nicht gewusst' komt letterlijk voor in vers 12, maar het is voor God geen excuus voor nalatigheid.
Liefde tot wie geestelijk dood is
Vers 11 heeft een sterk geestelijke dimensie. 'Red hen die ten dode gegrepen zijn, wend u niet af van hen die ter slachting wankelen.' Mensen die in de ban van de dood zijn moeten onze bewogenheid oproepen. In dat wankelen zit iets van een doorglijden op een fataal hellend vlak, een weifelend toch verder schuiven op een doodlopende weg.
Wij, christelijk gereformeerden, zijn niet zo sterk in evangelisatie. Daar is de laatste tijd nogal eens de vinger bij gelegd. In plaats van een open gemeente te zijn, zijn we 'van nature' nogal gesloten.
Kun je zeggen dat dit tekort zonde is tegen het 6de gebod?
De Spreukendichter wil niet zozeer een schuldige aanwijzen. Liever doet hij een klemmend beroep op ons gevoel van verantwoordelijkheid. En bij afwezigheid van dit laatste wil hij ons liefde tot de naaste leren.
Concreet
Hoezeer in het accepteren van een brede verantwoordelijkheid geestelijke en praktische elementen samenkomen, is duidelijk te maken uit zaken als euthanasie en abortus. De wens tot voortijdige levensbeëindiging komt maar al te vaak voort uit het feit dat ouderen zich te pletter vervelen, maar zich niet dood vervelen (mevr. Borst). En niet alleen buiten de kerken speelt dit, ook binnen de kerken is er de klacht van ouderen, dat ze vergeten worden, sluitpost van de agenda zijn, enz. Stellig is het verwaarlozen van onze ouder(s), het laten wegkwijnen van ons werkzaam voorgeslacht een zonde van nalatigheid. Spreuken zegt ons: red hen! Wend u niet af!
Door en door slap
Iets dergelijks geldt voor abortus. Hoe belangrijk is het werk van de VBOK om een veilige plek te bieden voor moeder en kind. Als dat er niet is onder moeilijke omstandigheden, dan staan alleen de poorten van de abortuskliniek nog uitnodigend open. We kunnen dan verontwaardigd zijn over een abortusboot, maar als we uit het verbod om te doden niet de opdracht om ons sterk te maken voor het leven concluderen, om te redden die ter slachting wankelen, dan zijn we door en door slap (vs. 10).
Drank maakt meer kapot van je lief is
Spreuken leert ook wijsheid inzake de fles. Ook in die tijd was overmatig alcoholgebruik een kwaad. In hoofdstuk 23: 29-35 wordt dat pittig uiteengezet. Wie roept ach en wee? Wie heeft het slecht met zichzelf getroffen? Bij wie is twist? Bij hen die laat opzitten bij de wijn, bij wie het leven draait om alcohol en die daarbij geregeld over de schreef gaat. Niet voor niets zegt het spreekwoord: als de wijn is in de man, is de wijsheid in de kan.
Drank maakt veel stuk. Langs de wegen worden we gewaarschuwd. Breng niet je eigen en andermans leven in gevaar. Een christen kent - als het goed is - een brede verantwoordelijkheid. Hij of zij blijft ruim aan de veilige kant. Dan heb je wat over, dan kun je een ander waarschuwen, zonder meteen te horen: kijk naar jezelf.
Roken
Op het gevaar af, alles over één kam te scheren, noem ik hier de zonde van het roken. Daarover lezen we in Spreuken niets. In die tijd was men nog niet op dit idee gekomen. Maar ik twijfel er niet aan dat we dit ook onder het 6de gebod mogen scharen. Het voorkómen van dood door nalatigheid houdt ook in: je lichaam en die van je kinderen en naasten niet vervuilen met nicotine. De tekst 'roken schaadt de volksgezondheid' op de pakjes geldt ook voor christenen. God gaf ons het lichaam niet om het te verpesten maar om het op te offeren tot eer van God (Rom. 12: 2). Dat wil zeggen: niet inhaleren, inhalerig zijn, maar uitdelen, uitdelerig zijn. God geeft ons zoveel goeds!
Discussievragen:
1. Vind je de getekende brede verantwoordelijkheid niet overdreven? Wie loopt er nu rond met schuldgevoelens vanwege dood door nalatigheid?
2. Is onze gemeente een open gemeente? Redden we hen die ten dode gegrepen zijn?
3. Bespreek eens hoeveel tijd u/jij in de afgelopen maand besteedde aan ouderen en mensen in moeiten.
4. In 1 Kor. 6: 10 staat dat onder andere een dronkaard niet het koninkrijk van God beërft, niet zalig wordt. Geldt dit ook voor iemand die van deze verslaving bevrijd wil worden, maar telkens bezwijkt?
5. Wat kun je zeggen tegen een christen die echt verslaafd is aan roken?
