Gods naam is een bolwerk

Wie wijsheid vindt, vindt het leven (3)

Spreuken 18: 10-17

door E.J. van der Linde

 

Schuilen

Soms is het hebben van een schuilplaats van levensbelang. Denk aan een tijd van oorlog. In een schuilkelder vind je dan bescherming tegen onheil. Maar ook buiten oorlogstijd is er veel onheil en tegenslag. Zo is er in het leven van ieder mens een zoeken naar bescherming, naar zekerheid. Denk aan een kind dat naar moeder vlucht als er een vliegtuig laag overkomt. Denk aan alle mogelijke vormen van verzekeren om ons in te dekken tegen eventuele risico's. Maar laten we eerlijk zijn: echte veiligheid kunnen we elkaar niet garanderen.

Dat weet ook de spreukendichter. Hij verwijst ons voor echte veiligheid en bescherming naar de Here. Dat doet hij met het beeld van de versterkte toren. Elke respectabele stad had in die tijd een toren: een verdedigingswerk als laatste bolwerk tegen de aanvallende vijand (vgl. Richt. 9: 46-49). In deze toren konden de burgers schuilen tegen vijandig geschut. Nu, meer nog dan zo'n aardse schuilplaats biedt God ons een hemelse schuilplaats: Zijn naam.

 

De naam  is God Zelf

In het algemeen hebben onze namen geen inhoudelijke betekenis (meer). Natuurlijk hechten we aan onze naam. Hoe vaak schrijven we die niet op! Want je naam, dat ben je zelf! Vroeger had een naam ook een inhoudelijke betekenis. Elia is 'Jahwe is mijn God', Juda is 'lof' (aan God), Debora is 'bij'. Johannes is 'de Here is genadig'. Vooral geldt dit van de naam 'Here' (Jahwe): 'Ik ben die Ik ben', 'Ik zal zijn die Ik zijn zal'. Dat houdt in: God is er altijd, dag en nacht. Je kunt altijd bij Hem terecht. Er spreekt ook kracht uit deze naam. God is volstrekt Zichzelf. Verder is het een belijdenis. God legt ons deze naam in de mond om Hem tot ons heil te gebruiken.

Zo is de naam van God God Zelf, zoals Hij Zich toont in Zijn liefde en trouw. Op Hem kun je aan in mooie en in moeilijke dagen, in voor- en in tegenspoed, in leven en in sterven. Dat geldt ook van de naam Jezus. Ook al een naam met een rijke betekenis: 'de Here verlost': een sterk merk in een rijke traditie van eeuwen. De naam van de Here Jezus grijpt terug op het O.T. en het is het programma van Gods verlossend handelen in de Zoon des mensen.

 

Rennen voor je leven

In vers 10b zie je het voor je: de vijand duikt plotseling op in een plaats om dood en verderf te zaaien. Wat doen de inwoners: rennen voor hun leven richting de toren. Net op tijd bereiken ze dit bolwerk en zitten ze hoog en droog. Zo rent een rechtvaardige voor zijn leven in tijden van onheil, zorgen en tegenspoed. Hij rent naar de naam van de Here: hij bidt!

En hij is zo onaantastbaar. Hij zit letterlijk vertaald 'ontoegankelijk hoog', ongenaakbaar veilig. De duivel kan niets doen wanneer een mens schuilt bij God, door het gebed schuilt in de toren van Gods naam. Je mag innerlijk sterk worden door de naam van God op de lippen te nemen in het gebed of door te zingen.

 

Inbeelding

De bijbel tekent ons deze geestelijke werkelijkheid als dé werkelijkheid. Tegenover de geestelijke rijkdom van vers 10 staat aardse rijkdom in vers 11. Die aardse rijkdom lijkt heel wat: een sterke stad en een hoge muur. Daarachter kun je je ook veilig voelen. Maar het is alles 'verbeelding', inbeelding. Zonder God ben je nl. arm. De zegen van de Here maakt rijk (Spr. 10: 22).

En volgens vers 12 kun je jezelf wel hoog positioneren (om ongenaakbaar veilig te zijn), je hart hoog maken (vgl. 16: 5), maar deze strategie is broos: vroeg of laat gaat het mis en je valt uit dit 'luchtkasteel'. Wees liever ootmoedig, denk klein van jezelf omdat God zo groot voor je is geworden. Praktisch in de sfeer van de omgang met elkaar, vertaalt de dichter deze levenshouding in vers 13 met: eerst horen, dan antwoorden. En in het algemeen wijst vers 15 nog eens op het uitgangspunt: wie verstandig is, (door de Here te vrezen, lief te hebben) die wil meer weten over God, die wil meer afhankelijk zijn van God en wandelen in Gods weg. Daar verdiep je je in, daar zoek je naar, daar spreek je over.

 

Het derde gebod

Tegenover dit wijs omgaan met Gods naam staat het vloeken. Allereerst is dit zinloos. Spr. 26: 2 zegt met een paar prachtige beelden: 'Gelijk een mus weg fladdert en een zwaluw heenvliegt, zo is een ongegronde vloek: hij treft geen doel.' Ten tweede ontheiligt dit Gods mooie naam. Je breekt je eigen schuilplaats af en stelt jezelf bloot aan allerlei gevaren. Onder dit vloeken valt trouwens ook het noemen van Gods naam waaruit alle eerbied verdwenen is. Zullen we ons telkens afvragen: klinkt er harteliefde mee als ik Gods naam noem? Is die naam voor mij als een schuilplaats? Voel ik mij veilig en geborgen in de naam van mijn Heiland: Jezus Christus? Laten we daarom de naam van God kennen, liefhebben (Ps. 5: 12), verwachten (Ps. 52: 11) en koesteren. Dat is wijs! Dat resulteert in leven.

 

Discussievragen:

1. Welk beeld geeft God ons in Zijn namen? (zie Ex. 3: 6, 1 Petrus 5: 10, 1 Tim. 1: 17) Zoek zelf ook nog een paar namen van God op.

2. Gebruiken we de naam van God wel optimaal, zoals vers 10 ons dat adviseert?

3. Welke betekenis kan een cadeau hebben (vers 16)? Is dat niet egoïstisch?

4. De Joden spreken de naam Jahwe (Here) niet uit vanwege diepe eerbied voor God. Zouden wij hier iets van mogen overnemen?

5. Hoe ga je om met iemand in je omgeving die af en toe vloekt en iemand die grof vloekt?