Vrees God alleen

Wie wijsheid vindt, vindt het leven (1)

Spreuken 1: 1-9

door E.J. van der Linde 

 

Plaatjesboek

Het boek Spreuken staat vol met spreekwoorden van koning Salomo en van nog enkele andere wijzen. Het gaat in dit boek enerzijds over het gewone leven van elke dag en anderzijds over het leven met God. Die twee hebben alles met elkaar te maken. Dikwijls gebruikt de schrijver een beeld uit het alledaagse leven en zegt daarmee iets met een diepe betekenis, trekt een geestelijke les. Neem bijvoorbeeld hoofdstuk 1: 9. Hier tekent Salomo het plaatje van een meisje met bloemen krans. Wat staat die prachtig op het hoofd! Echt schitterend. Daar kan je van genieten. Zó is wie de levenslessen van vader en moeder toepast; een kind, een jongere die toont een opvoeding te hebben genoten, is zo'n plaatje. Echt schitterend. Daar genieten andere mensen van. Zo staat dit boek Spreuken vol 'plaatjes'. 

 

Illustraties bij de geboden

Het is opmerkelijk dat er veel relaties te leggen zijn tussen het boek Spreuken en de geboden van God. Wat de wet ons op het hart wil binden, wat de profeten ons in een specifieke situatie willen aanwijzen, dat schildert ons het Spreukenboek heel realistisch voor ogen: algehele toewijding van het leven aan God. Deze oudtestamentische mini-gelijkenissen van geloofstoewijding wortelen in heel de bijbel. Het is een praktisch handboekje - een soort catechismus - voor jongeren, maar ook voor ouderen die hun leven meer en meer willen reserveren voor God. Treffend vinden we dat omschreven in Spr. 4: 23: 'Behoed uw hart boven al wat te bewaren is'. Dat behoeden kun je alleen als er wat te bewaren valt. Het gaat hier kennelijk om het hart van hem die de Here liefheeft; van hem die door de Geest tot het dienen van God is bereid gemaakt. Het hart dat de vreze des Heren kent. In 10 bijbelstudies willen we het Spreukenboek verkennen. Daarbij vormen de 10 geboden de thema's. Het boek Spreuken behandelen we als heilig illustratiemateriaal. Positieve uiteenzetting bij een verbod of de negatieve kant van een gebod. Dit keer het eerste gebod: vrees God alleen!

 

De vreze des Heren als uitgangspunt

Het startpunt van Spreuken ligt bij de vreze des Heren (1:7). Dat heeft alles te maken met het eerste gebod: de enige, ware God op de rechte wijze erkennen, Hem alleen vertrouwen, Hem met mijn gehele hart liefhebben, vrezen en eren (vgl. Heid. Cat. vr. en a. 94). Wat wordt er met deze vreze des Heren bedoeld? Daarmee is niet bedoeld: mensen, je moet bang zijn voor God. Want vaak zegt God in de bijbel: vrees niet! Wanneer een mens iets van Gods grootheid, majesteit en heiligheid ziet, dan is er alle reden om bang te worden (vgl. Ex. 19: 17-20, 20: 18-21). Dan zie je iets van je eigen zondigheid en onheiligheid. Maar God is vooral een God van genade. Hij doet ons niet naar onze zonden! Hij vergeeft, opdat Hij gevreesd wordt (Ps. 130: 4); opdat we Hem als Here, als de Baas erkennen op alle onderdelen van het leven; opdat we Hem heel ons leven toewijden, de zonde haten en leven in eerbied voor God. Geloof in Hem geeft ons een diep ontzag voor wat Hij vraagt en een groot vertrouwen in wat Hij belooft. Hier ligt het uitgangspunt, begin van werkelijke kennis! Echte wijsheid is: in alles rekening houden met God. Je totaal en alleen afhankelijk voelen van Hem. Gehoorzaamheid aan Gods woord en wet brengt deze afhankelijkheid tot uitdrukking. Dat vind je dan fijn. Echt genieten! Dát is wandelen in Gods wegen. Alle beslissingen in ons leven geven ons dan aanleiding om terug te vallen op onze relatie met God: wat wilt U dat ik doen zal?

 

Echte wijsheid

Zo wil Spreuken ons verstandig maken (vers 3). Ons leren om recht te denken, goed te spreken en normatief te handelen. Vers 5 stimuleert ons om er een sport van te maken inzicht te vermeerderen. Bij God op school raak je namelijk nooit uitgeleerd. De Spreuken moeten uitgelegd worden (vers 6). Dan geven ze hun geheim prijs. Deze wijsheid is een geschenk van God. Hij openbaart ons die. Het vindt zijn concentratiepunt in Jezus Christus, die ons immers van God geworden is: wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing (1 Kor. 1: 30). Hij draagt de sleutel van Gods genade. Vergeving van zonden is er vanwege Zijn heilswerk. God kennen en Jezus Christus is echte wijsheid, dat is het eeuwige leven! (Joh. 17: 3) Wie deze wijsheid vindt, vindt dus het leven. Dat is een leven vanuit de vreze des Heren en dat geeft een godvruchtig leven (dit woord is ontstaan uit godvrezend, vgl. het Duits Gottesfurcht); een leven in diepe eerbied voor God en met respect voor het door God geschonken leven.

 

Discussievragen:

1. Waarom is het passend dat Spreuken staat op naam van Salomo (vgl. 1 Kon. 3, 4: 29-34, 10)?

2. In vers 7 wordt de eigennaam Jahwe (HERE) gebruikt. Zo heeft de HERE zich voor het eerst geopenbaard aan Mozes als de Verlosser van Zijn volk. In welk kader staat dus het onderwijs in dit boek?

3. In Spreuken staan wijzen nogal eens tegenover dwazen. Wie zijn dwaas? Kan wetenschap op topniveau en kunnen hoogstandjes van techniek toch dwaas zijn?

4. Is er nog 'vreze des Heren'? Hoe beïnvloedt dit uitgangspunt ons gedrag, onze houding, in de maatschappij en tegenover wetenschap en cultuur?

5. Hoe kun je iemand helpen die in vers 7 een bevestiging ziet van zijn/haar pure angst voor God?