Wie ben je?
Het antwoord op deze vraag lijkt eenvoudig, maar schijnt bedreigt. Als iemand mij bijvoorbeeld zou vragen: 'Wie bent u?', zou ik kunnen antwoorden: 'Erjan van der Linde'.'Nee, dat is uw naam. Wie bent u?'
'O, ik ben predikant in Rotterdam.'
'Nee, dat is uw beroep.'
'Ik ben Nederlander.'
'Daar komt u vandaan.'
'Ik ben gereformeerd.'
'Dat is uw kerkelijke achtergrond.'
Ik zou kunnen zeggen dat ik een meter vierentachtig ben en iets meer dan 90 kilo weeg. Nou ja een paar kilo meer! Maar hoe ik eruit zie, is nog niet hetzelfde als wie ik ben. Als je mijn hart, mijn nieren of mijn lever zou transplanteren, zou ik dan nog steeds mezelf zijn? Natuurlijk! Ergens zit mijn 'ik' en dat is verbonden met mijn hersenen, met mijn wezen, met mijn leven.
En ik geloof dat je ontwikkeling, zinvolheid en voldoening in je leven afhangt van kennis van jezelf, in het bijzonder kennis van je identiteit in Christus, van je kind van God zijn. Kennis van God en kennis van jezelf maak je wijs (Johannes Calvijn).
Zijn en doen
Jammer genoeg worden veel mensen gevangen in een web van halve en hele leugens, we voelen ons tekortschieten, zien onze mislukkingen en dat alles leidt tot meer falen. Sommige christenen worden erg bepaald bij het feit dat ze zondaars zijn en blijven. Deze identiteit beïnvloed het gedrag en leidt tot nog meer zonden. Maar al te graag laat de duivel ons geloven dat ons zijn wordt bepaald door wat we doen. Zo komen we in een vicieuze cirkel van hopeloosheid en mislukking.
Al lange tijd discussiëren geleerden over de vraag of we als mensen uit twee of drie delen bestaan. We kunnen stellen dat we bestaan uit een uiterlijk – een lichaam dat in verbinding staat met deze wereld door middel van de vijf zintuigen – en een innerlijk dat is geschapen naar Gods evenbeeld (Genesis 1: 26, 27). Ergens in het innerlijk bevinden zich ons verstand (waarmee we denken), onze emoties (gevoelens) en onze wil (waarmee we kiezen). Sommigen noemen deze drie onderdelen samen de ziel. Degenen die menen dat een persoon uit twee delen bestaat, zeggen dat de geest is toegevoegd aan de ziel, aan het innerlijk. Degenen die vinden dat een persoon uit drie delen bestaat, zeggen dat de geest een apart onderdeel is.
Geest en geest
In de bijbel heeft het woord 'geest' in de eerste plaats betrekking op dat wat het lichaam tot een levend organisme maakt, de 'levensadem': 'het lichaam zonder geest is dood' (Jakobus 2:26, NBG; de Nieuwe Bijbelvertaling geeft hier minder juist 'ziel'). Het is 'de bron van denken, willen en voelen, datgene waardoor hij bestuurt en tot handelen aangezet wordt' (A.W Zwiep). Het is het contactpunt met God door de Geest van God: 'De Geest verzekert onze geest dat wij Gods kinderen zijn.' (Romeinen 8:16) Ditzelfde hoofdstuk maakt ons duidelijk dat deze Geest ons bevrijdt van de zonde en de dood dankzij Christus Jezus en dat doet de Geest ons steeds weer ervaren (dat is 'de wet van de Geest'). God heeft vanwege de zonde zijn eigen Zoon als mens in dit zondige bestaan gestuurd en heeft zo in dit bestaan met de zonde afgerekend (vers 2-3). Dankzij dit geestelijke contact (onze geest met Gods Geest) kunnen we 'in Christus zijn'. Je kunt dit hét thema van het Nieuwe Testament noemen.
Wat ging er mis?
We zijn als Adam geschapen om in harmonie met God te leven. Maar Adam heeft gezondigd (Genesis 3). Daardoor werd zijn harmonie met God verbroken, evenals onze harmonie met Hem. Het gevolg hiervan is dat we geestelijk dood gingen, dus de harmonie met God en de relatie met Hem ging verloren. Gods Geest die natuurlijkerwijs met de geest van de mens een eenheid vormde werd gescheiden. Sindsdien voelt de mens zich verworpen, voelen we schuld en schaamte en zwak en hulpeloos. Hierdoor ging onze kennis van God verloren, er is geen relatie met God, overheersen negatieve emoties (angst, boosheid, jaloezie). Daarbij hebben we te veel keuzemogelijkheden gekregen, goede en slechte. Elke dag staan we voor ontelbare keuzen en maken we helaas ook slechte keuzen (bewust of achteraf gezien 'niet slim').
De eerste en de tweede Adam
Maar God wil zich verzoenen met de mensheid en de harmonie met Hem herstellen. Op deze herstelde harmonie met God, die we in Christus vinden, moet onze identiteit gebaseerd zijn. Hij heet in Romeinen 5 'die ene mens' (in het Hebreeuws 'Adam', vergelijk Jezus als de 'laatste Adam', 1 Korintiërs 15:45). Hij was helemaal afhankelijk van God ('Ik leef door de Vader' Johannes 6:57) en liet zich niet beïnvloeden en verleiden door de satan (lees over pogingen van de satan in bijvoorbeeld Matteüs 4). In Hebreeën 4:15 staat dat Jezus in elk opzicht, net als wij, op de proef is gesteld (je kunt ook vertalen met 'verzocht is geweest'), met dit verschil dat hij niet vervallen is tot zonde. Hij deed wat wij mensen niet konden. En als wij 'in Christus' zijn zijn we immuun voor deze verleidingen.
Hoe worden wij 'in Christus'?
We worden in natuurlijkerwijs niet in Christus geboren, maar 'in de eerste Adam', 'in zonde'; we voelen ons 'vanzelf' verworpen, schuldig en zwak. In het gesprek met een geleerde, Nicodemus, vertelt Jezus dat we opnieuw geboren moeten worden (Johannes 3:3). Geestelijk leven, contact met God, krijgen we door een geestelijke geboorte, doordat onze geest levend gemaakt wordt. Er komt dus iets in ons wat er daarvoor niet was. Je kunt dit vergelijken met een computer waar eerst geen modem in zat en dus geen contact kon maken met internet en waar door een installateur een modem in geplaatst wordt zodat deze contact kan maken met het web. We hebben van onszelf geen modem/geest, zodat we van onszelf geen contact kunnen maken met het web/met God (een beetje onheilige vergelijking op dit punt :-(). Door de wedergeboorte krijgen we dit contact aangelegd. Hier gaan vergelijkingen mank. Je kunt in lijn met de vergelijking hierboven zeggen: de Heilige Geest is de installateur, maar dan komt onze toestemming te weinig naar voren. In Openbaring 3:20 staat dat Jezus klopt aan de deur van ons hart. Jezus zegt dan: 'Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik binnenkomen.' Jezus is dus geen inbreker maar een 'gentleman'. Een mens zal zélf de deur van zijn hart open doen en vragen: 'Heer Jezus ik wil niet langer me verworpen of schuldig voelen, zwak en schaamtevol zijn. U hebt een oplossing gemaakt door als mens in dit zondige bestaan te komen er erin met de zonde afgerekend. Komt u alstublieft in mijn leven. Ik aanvaart u en uw cadeau van bevrijding en het eeuwig leven. Ik wil verbonden zijn met u.
Een nieuw leven, een nieuwe identiteit
Als christen gaat het er niet om wat je krijgt, maar om wie je bent. Door de wedergeboorte zijn we iemand anders geworden; niet qua verstandelijke vermogens, emotionele aanleg of vermogen tot wilsbesluiten, qua identiteit. We zijn een kind van God, een goddelijk meesterwerk, een nieuwe schepping. Dit bepaalt ons denken, ons gedrag, ons gevoel. Immers iedereen gedraagt zich naar het beeld dat hij van zichzelf heeft. Als je denkt dat je nergens goed voor bent, zul je je ook als mislukkeling gedragen. Maar als we onszelf zien als kind van God dat leeft in Christus, zullen we in vrijheid en positiviteit leven. Het is goed om te beseffen dat satan het verschrikkelijk vindt als u opnieuw geboren bent en weet dat u leeft in Christus, verbonden bent met God. Hij wil ons graag doen geloven dat we in Gods ogen niet goed genoeg zijn, dat we nooit een zonde zullen overwinnen, geen vreugde kunnen beleven. En het gevolg is dat we kunnen gaan leven alsof we niet 'in Christus' zijn, alsof onze identiteit niet van God is. Deze leugen is het grootste wapen in satans strijd tegen onze groei tot volwassen christen en wandelen met Jezus (naast onze identiteit zijn dit twee erg belangrijke onderwerpen).
Wie ben ik?
Van eerste orde is daarom zien wie we werkelijk zijn in Christus. Onderstaande lijst met bijbelteksten laat zien wat God ons daarover zegt in de bijbel. De uitspraken zijn in eerste persoon geschreven. Ze laten zien welke eigenschappen we kregen toen we geestelijk geboren zijn. Deze eigenschappen kunnen we niet verdienen of kopen, net zomin als iemand de rechten en vrijheid kan kopen als hij het Nederlandse burgerrecht heeft ontvangen, of als hij geboren is als Nederlander. Evenzo bepaalt ons het Woord van God wat de eigenschappen zijn die we door geloof in God ontvangen.
- Ik ben het zout der aarde (Matteüs 5:13).
- Ik ben het licht der wereld (Matteüs 5:14).
- Ik ben een kind van God (Johannes 1:12).
- Ik ben een rank van de ware Wijnstok, de Bron van liefde (Johannes 15: 1, 5).
- Ik ben een vriend van Christus (Johannes 15:15).
- Ik ben door Jezus Christus uitgekozen om op weg te aan en vrucht te dragen (Johannes 15:16).
- Ik ben een dienaar van de gerechtigheid (Romeinen 6:18). Ik ben een dienaar van God (Romeinen 6:22).
- Ik ben een kind van God; God is mijn geestelijke Vader (Romeinen 8: 14, 15; Galaten 4:6).
- Ik ben een mede-erfgenaam van Christus en heb deel aan het erfgoed van God (Romeinen 8:17).
- Ik ben Gods tempel. Zijn Geest en zijn leven wonen in mij (1 Korintiërs 3:16, 6:19).
- Ik heb mij aan de Heer Jezus gehecht en ben één geest met Hem (1 Korintiërs 6:17).
- Ik ben een lid van het lichaam van Christus (1 Korintiërs 12:27; Efeziërs 5:30).
- Ik ben een nieuwe schepping (2 Korintiërs 5: 17).
- Ik ben verzoend met God en Hij heeft mij de bediening der verzoening gegeven (2 Korintiërs 5:18, 19).
- Ik ben een zoon van God en ik ben in Christus één met andere christenen (Galaten 3: 26, 28).
- Ik ben een heilige (Efeziërs 1:1, 1 Korintiërs 1:2, Filippenzen 1:1, Kolossenzen 1:2).
- Ik ben een maaksel van God, in Christus Jezus geschapen om zijn werk te doen (Efeziërs 2:10).
- Ik ben een huisgenoot van God (Efeziërs 2:19).
- Ik ben een gevangene van de Heer Jezus (Efeziërs 3:1, 4:1).
- Ik ben rechtvaardig en heilig (Efeziërs 4:24).
- Ik ben een burger van het rijk in de hemel, het rijk van God en ik heb daar nu al een plek in (Filippenzen 3:20, Efeziërs 2:6).
- Ik ben verborgen (veilig) met Christus in God (Kolossenzen 3:3).
- Ik ben een uiting van het leven van Christus, omdat Hij mijn leven is (Kolossenzen 3:4).
- Ik ben door God uitverkoren, heilig en geliefd (Kolossenzen 3:12, 1 Tessalonicenzen 1:4).
- Ik ben een kind van het licht en niet van de duisternis (1 Tessalonicenzen 5:5).
- Ik heb deel aan de hemelse roeping (uitdaging, bestemming, Hebreeën 3:1).
- Ik ben een levende steen en laat me gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis (de gemeente, 1 Petrus 2:5).
- Ik hoor bij een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie, een volk dat God zich verworven heeft (1 Petrus 2:9, 10).
- Ik ben een vreemdeling ver van huis en woon tijdelijk in deze wereld (1 Petrus 2:11).
- Ik ben een vijand van de duivel (1 Petrus 5:8).
- Ik ben een kind van God en ik zal gelijk zijn aan Jezus Christus als Hij terugkomt naar deze aarde (1 Johannes 3:1, 2).
- Ik ben uit God geboren. Het kwaad, de duivel, heeft geen vat op mij (1 Johannes 5:18).
- Ik ben niet de grote 'Ik ben', dat is God en zijn Zoon Jezus (Exodus 3:14, Johannes 8: 24, 28, 58). Maar door de genade van God ben ik wat ik ben (1 Korintiërs 15:10).
Omdat we in Christus zijn, gelden al deze eigenschappen ook voor ons; we hoeven hier niets voor te doen. Wel kunnen we deze eigenschappen meer inhoud geven, gewoonweg door te geloven wat God ons belooft in zijn Woord. We zullen steeds in gedachten houden wie we zijn in Christus. Dan zullen we groeien in geloof en in geestelijke volwassenheid. Dan gaan we steeds meer wandelen in geloof, ons gedrag natuurlijkerwijs invulling geven als kind van God, zoals we dat vinden in Gods woord.
Hoe ermee om te gaan
Lees deze lijst één of twee keer per dag, en doe dat een aantal weken achter elkaar. Lees hem door, als u het gevoel hebt dat satan u wil laten geloven dat u een grote mislukkeling bent en dat er niets van uw christen-zijn terechtkomt. Hoe sterker we staan in Christus, hoe meer dat te zien zal zijn in onze manier van denken over de dingen, onze emoties en onze beslissingen. En uiteraard komt dat dan ook tot uitdrukking in onze manier van doen, ons gedrag.
De hoop van een kind van God
Als kinderen van de eerste Adam waren we koppig en chagrijnig; we waren hulpeloos en hadden geen hoop meer; en voelden ons te slecht voor God. Maar Gods liefde was sterker. Christus heeft ervoor gezorgd dat de verbinding met God weer hersteld is. God wil onze Vader zijn en, als zijn geadopteerde kinderen (Efeziërs 1:1-14), hebben we een nieuwe identiteit en een nieuwe naam gekregen. Dat alles is niet onze verdienste. Die eer komt God toe! Daarom zeggen we ook tegen God hoe groot zijn liefde is, hoe zorgzaam en vrijgevig Hij is, hoe dankbaar we zijn voor het zenden van zijn Zoon Jezus naar deze aarde. We mogen samen met anderen genieten van wat God ons geeft, van de overwinning die Jezus Christus behaalde op satan en zijn imperium en elkaar helpen. We hebben goede hoop en vertrouwen in alle situaties van het leven op Hem. We mogen dit goede nieuws aan anderen meedelen. Wat ons heeft verandert mag ook gebeuren bij anderen. Dit geheim wordt aan steeds meer mensen duidelijk vanaf oude tijden tot nu toe; wij die het weten, zetten ons in voor het algemeen bekend worden ervan. 'Het mysterie dat in alle eeuwen en voor alle generaties verborgen is geweest, maar nu aan zijn heiligen onthuld is. Aan hen heeft God bekend willen maken hoe glorierijk dit mysterie is voor alle volken: Christus is in u, hij is uw hoop op goddelijke luister (Kolossenzen 1:26, 27).
Erjan van der Linde (met dank aan Neil Anderson, Overwinning over de duisternis, hoofdstuk 1 en 2)
