Pijn, lijden en God
Pijn is 'Au!'
Ieder van ons weet wat pijn is. Hoofdpijn, buikpijn of een zere knie - iedereen weet uit ervaring wat het is. Toch vinden we dat pijn er niet bij hoort. Daarom slikken we pillen of laten we ons opereren. Daarom wordt er jaarlijks steeds meer geld uitgegeven aan de gezondheidszorg. Nog even, en Nederland is één groot ziekenhuis... Eigenlijk hopen we tegen beter weten in, dat we ooit alle ziekten genezen kunnen. Dat we alle klachten die ons parten spelen of die met het ouder worden samenhangen, bezweren kunnen. Ja, zelfs hopen we op een soort onsterfelijkheid (we gaan niet meer dood aan de ziekte).
Hoe ontstaat pijn? Pijn is vaak een soort waarschuwing. Pijn voorkomt dat een voetballer zijn geblesseerde enkel te veel blijft belasten. Pijn is bijzonder hinderlijk, dat wel. Maar als je verder nadenkt, realiseer je je dat pijn een zeer belangrijk verschijnsel is. Zonder dit waarschuwingssignaal zou het leven levensgevaarlijk zijn. Denk maar aan de situatie van leprapatiënten, die ten gevolge van uitval van de pijngewaarwording allerlei verwondingen kunnen oplopen met de vreselijkste verminkingen!
Pijn heeft dus een duidelijke functie. Daarnaast is pijn subjectief. Dat wil zeggen dat alleen de persoon die pijn heeft kan zeggen hoe erg het is, en dat de één er heel anders op reageert dan de ander. Bovendien is de pijnbeleving afhankelijk van omstandigheden: diezelfde voetballer met zijn geblesseerde enkel klaagt pas ná de wedstrijd over zijn pijn, terwijl de blessure al een half uur bestaat. Bij sommige ziekten heeft pijn nog een extra dimensie; de hartpatiënt die pijn op de borst bemerkt, voelt de dreiging van een levensgevaarlijk hartinfarct; de kankerpatiënt die 's nachts wakker wordt met pijn, denkt: ik word nooit meer beter. Pijn kan dan maken dat iemand wanhopig wordt, of angstig, of boos, of eenzaam. Het kan slaapproblemen veroorzaken, terwijl slaaptekort omgekeerd de draagkracht van de patiënt negatief beïnvloedt. Kon je in de eerder genoemde situaties nog zeggen dat de pijn een functie had, bij deze vormen van pijn is het moeilijk er vanuit medisch standpunt 'zin' in te zien. Pijn gaat dan over in lijden en heeft dan te maken met de beleving ervan en hoe het iemands leven raakt. Een arts die een patiënt behandelt met deze vormen van pijn, hoort dan ook aandacht te hebben voor de familiesituatie, vriendschapsrelaties, godsdienst, hobby's en het werk van de patiënt, omdat uit al deze dingen steun kan worden geput - ook al is de oorzaak van de pijn nog steeds dezelfde. Pijn bij kanker heeft bijna altijd deze extra componenten; pijn is vrijwel nooit een puur lichamelijk gebeuren. Kanker zelf is al meer dan een diagnose; het is een ervaring die het hele leven van de patiënt en diens familie op zijn kop zet. Want naast de dingen die bij die ziekte horen, zoals bepaalde symptomen of het ondergaan van onderzoeken en behandelingen, komen er emoties op en allerlei vragen. Als je jong bent en gezond, kan je voorbijgaan aan de echte levensvragen. Maar word je flink ziek, of overkomt je een ernstige tegenslag, dan ga je beseffen dat je niet alle onderdelen van je leven volledig onder controle hebt. Sommige mensen worden dan boos; velen vooral verdrietig. Anderen vragen zich vertwijfeld af: Wat heb ik fout gedaan? Waarom overkomt me dit? Waaraan heb ik dit verdiend? Weer anderen voelen angst voor wat de ziekte aan gevolgen zal hebben; angst voor pijn; angst voor het sterven. Dit laatste is vrij algemeen, ook al zal niet ieder dat toegeven. Voor een deel zijn de vragen en angsten die opkomen, kenmerkend voor de cultuur of de tijd waarin we leven. Juist de discussies in ons land over euthanasie, over de zorg voor comapatiënten, over het zogenaamde doorbehandelen dat artsen zouden doen, enz., veroorzaken angst voor wat men 'onleefbaar leven' noemt. -Andere begrijpelijke angsten zijn die voor aftakeling, voor verlies van de eigen identiteit en de vrees dat deze angsten niet bespreekbaar zullen zijn. Daarnaast kun je je schámen over je eigen angst of je er zelfs schuldig door voelen-.
De laatste tijd spreekt men bij pijnproblemen, met name bij ongeneeslijk zieke patiënten, wel van total pain. Dit Engelse begrip geeft bondig aan, dat er bij pijn sprake kan zijn van lichamelijke, psychische, spirituele (geestelijke) en sociale aspecten. Als bijvoorbeeld een patiënt door een metastase (uitzaaiing van kanker) pijn in de botten heeft, dan kan hij ook báng zijn: 'Is deze metastase een teken dat ik nog maar kort te leven heb?' (psychische pijn), of zich afvragen of er een leven na de dood is; of denken: Waarom overkomt mij dit? (spirituele pijn). Wie weet komt er minder bezoek en vereenzaamt de patiënt (sociale pijn). Uit onderzoek blijkt dat het merendeel van de patiënten dat geconfronteerd wordt met de diagnose kanker, zich vragen stelt als: Waarom ik? en: Hoe is mijn leven geweest? Deze worsteling lijkt een rol te spelen bij de verwerking en acceptatie.
Nood leert bidden
Nood leert bidden, zegt men wel. Helaas moeten we vaststellen dat nood ook maakt dat mensen kwaad worden en niet zo vroom reageren. 'Nood leert vloeken', merkte iemand daarom eens op. Job vervloekte zijn geboortedag, toen hem van alles ontviel, waaronder zijn gezondheid. Ook lees je in sommige psalmen van regelrechte opstandigheid tegen God. Waarom toch? Waarom ik, God? Deze vraag, die trouwens ook niet-gelovigen stellen, is niet enkel met het verstand te beantwoorden.
Veel verschillende antwoorden zijn er in de loop van de eeuwen op deze vraag van het waarom van het lijden gegeven. Toch zijn zelfs de allerbeste antwoorden meestal niet in staat de pijn te verlichten, te weten:
* dat God wel degelijk begaan is met het lijden van de mens
* dat Hij er ook de ultieme oplossing voor gegeven heeft in de overwinning van Jezus Christus toen Hij aan het kruis 'de duivel, die de macht over de dood had, heeft overwonnen'. (Dat de duivel niet alleen met de dood - die vaak een gevolg is van ziekte - maar ook met het ziek zijn van mensen te maken heeft blijkt wel uit bijvoorbeeld Job 2 vers 7: 'Toen ging de satan heen.......en sloeg Job met boze zweren' en Lucas 13 vers 10 t/m 17 waar Jezus een vrouw geneest die zeer krom liep en waarvan Hijzelf zegt: 'Moest deze vrouw ...... welke satan, zie, achttien jaar gebonden had, niet losgemaakt worden van deze band?' Ook de apostel Paulus heeft ‘een doorn in het vlees’ - een handicap - waarvan hijzelf zegt dat het een engel van satan is die hem met vuisten slaat - 2 Korinthe 12 vers 7)
* dat het meeste lijden in de samenleving door bedrog, de afgunst en de haat van mensen onderling veroorzaakt wordt (we maken elkaar het leven zuur)
* dat Hij nu in Zijn geduld - omdat Hij niet wil dat mensen die Gods genade nu nog niet kennen, maar die eens wel zullen kennen, verloren gaan - wacht met het volledig uitbannen van alle onrecht, zonde en lijden uit de wereld.
Het zijn allemaal rijke inzichten, maar ze bieden niet altijd voldoende troost voor wie gevangen is door handicap, lijden of eenzaamheid. Het is ook de vraag of je pas bij lijden en dood op God moet terugvallen. De theoloog Bonhoeffer, die wegens zijn aandeel in een mislukte moordaanslag op Hitler in een concentratiekamp door ophanging geëxecuteerd werd, stelde van niet: God is geen stoplap. Hij moet erkend worden midden in het leven en niet pas als we lijden. Men gebruikt wel het beeld van het geborduurde kleed om uit te leggen hoe lijden betekenis kan hebben, ook al zie je dat nu nog niet. Aan de ene kant van het kleed zie je een chaotische wirwar van draadjes. Aan de voorzijde, onzichtbaar voor ons nu, is de schoonheid. Toch heeft zo'n beeld z'n beperkingen. Je kan op die manier iemand verbieden moeite te hebben met de chaos (de achterzijde van het kleed). Je kan iemand zo dwingen een heldenrol te spelen, terwijl hij daar eigenlijk de moed en kracht voor mist. Natuurlijk maakt het verschil of iemand de bereidheid heeft Gods hand in het lijden te blijven erkennen (zoals Job: 'Zouden wij het goede van God aannemen en het kwade niet?') of dat hij alle levensmoed verloren heeft (diezelfde Job: 'Wat is mijn vooruitzicht, dat ik nog langer zou willen leven?'). Worstelde Paulus niet in gebed toen hij gepijnigd werd door 'een doorn in het vlees'? Paulus elimineert het lijden niet, maar relativeert het door op te merken dat het niet opweegt tegen de heerlijkheid die over ons geopenbaard zal worden. Ook de Here Jezus wordt in Jesaja 53 getekend als de lijdende Knecht van de Here, ‘een man van smarten en vertrouwd met ziekte, ja, als iemand voor wie men het gelaat verbergt’. Als persoon had Hij veel te maken met lijden. Hij ging er tenslotte aan dood.
De dood in de ogen kijken
Wat is dood gaan? De bijbel is er realistisch over. Aan de ene kant wordt de dood een vijand genoemd, die mensen in slavernij houdt door hun angst ervoor. Zelf denk ik wel eens dat de mens, zoals die geschapen is, intuïtief aanvoelt dat hij bestemd is om eeuwig te leven. Maar er is een andere kant. Voor iemand die gelooft dat Jezus de dood heeft overwonnen, door Zijn vrijwillige kruisdood en Zijn opstanding, voor zo iemand is het lichamelijk sterven een overgang van deze wereld naar een hemels thuis. Toen Jezus terugging naar Zijn hemelse Vader, ging Hij daarheen om een plaats voor Zijn volgelingen te bereiden.
Hoe zal dat zijn, na de dood, in de hemel bij Jezus? In detail weet ik dat niet. Maar ik weet wel dat er geen pijn meer zal zijn, geen zonde, irritatie (dat laten we achter op deze aarde) of verdriet. We zullen goede vrienden en familie terugzien (als ze geloofden in Jezus Christus). Samen met alle anderen die door de eeuwen heen gestorven zijn in dit geloof... dat Jezus Verlosser en Here is.
Kan lijden zin hebben?
Onze samenleving kent geen positieve waarde toe aan leed. Genieten is het hoogste doel. Nu hoeven we pijn en lijden heus niet als mooi voor te stellen. Maar velen zeggen het vandaag krasser: lijden is zinloos. Bestaat er zinloos lijden? Zou de Almachtige daar dan geen einde aan maken? Er is geloof nodig te erkennen dat het lijden zin heeft, ook wanneer die zin mij ontgaat. Zelfs een voor mij verborgen, maar bij God bekende zin, blijf ik zin noemen. We mogen vragen naar Gods bedoeling met alles wat er in ons eigen leven gebeurt, maar over zijn bedoeling met het leven van een ander weten wij niets. Je hoort wel eens: 'In Jezus als Verlosser geloven is irrationeel, enkel geschikt voor 'emotional cripples' (‘emotioneel kreupelen’) die het niet zonder houvast kunnen stellen; de psychologische wetenschap heeft daar wel een verklaring voor.' Misschien moet je inderdaad een beetje 'kreupel' zijn, of eens ziek worden, of anderszins lijden om voor God op de knieën te gaan. En wie is er niet een beetje kreupel of anderszins hulpbehoeftig, of neurotisch?
In het begin van de 20ste eeuw zei de Psychiater Carl G. Jung: 'De centrale neurose van onze tijd is leegte.' Het is een feit dat veel mensen pas gaan nadenken over de zin van het leven, hun leven en de zin van het lijden als ze ernstig ziek zijn. Ook zij, die hun werk hebben in de zorg voor ernstig zieken, gaan hierover nadenken.
Toen mevr. dr. E. Kubler-Ross - bekend door haar studie van het verwerkingsproces dat ongeneeslijk zieken doorlopen - haar werk bij stervenden begon, geloofde zij niet in God en in een leven na de dood. 'Door de begeleiding van stervenden ben ik veel godsdienstiger geworden dan ik ooit geweest ben. Nu geloof ik zonder de minste twijfel in een voortbestaan na de dood', heeft ze geschreven (hoewel ze geen christen is). We snappen niet hoe alles in Gods raad in elkaar past. We zullen daar heel terughoudend in moeten zijn, zoals Job al zei: 'Zie, ik ben te gering, hoe zal ik U bescheid geven? Ik leg de hand op mijn mond' (Job 39:37). God heeft alle dingen in Zijn hand, en Hij gaat Zijn weg met ieder mens persoonlijk.
Lijden wordt nogal eens gezien als straf op concrete zonden. Jezus sprak daar eens over (Lucas 13: 1-5). Een aantal luisteraars onderbrak Jezus' onderwijs met het nieuws van die dag over een bloedbad, dat Pilatus had aangericht onder een stel Galilese mannen. Kennelijk wil men horen wat Jezus daarvan vindt. Jezus ziet in hun hart en Hij corrigeert een gedachte die bij hen opkomt, maar die ze niet durven uitspreken: 'Meent u, dat deze Galileeërs groter zondaars waren dan alle andere Galileeërs, omdat zij dit lot hebben ondergaan?.. Of meent u, dat die achttien, op wie de toren bij Silóam viel en die erdoor gedood werden, schuldiger waren dan alle andere mensen die in Jeruzalem wonen? Neen, zeg Ik u....' Aldus Jezus zelf.
Absolute eerbied voor het leven?
Kanker heet wel 'de gevreesde ziekte'. Gevreesd, daar de kans op genezing beperkt is. Daar komt bij dat heel wat kankertherapieën niet zo onschuldig zijn. Het is daarom begrijpelijk dat men zich afvraagt of je sommige behandelingen wel moet toepassen indien het alleen uitstel van het overlijden betekent. Sommigen slaan echter geheel door. Zij menen dat de patiënt die ongeneeslijk ziek is gewezen moet worden op de mogelijkheid 'pijnloos afscheid te nemen'. Dit is één van de verzachtende uitdrukkingen die gehanteerd worden voor euthanasie, het moedwillig doden van iemand op zijn verzoek. Euthanasie zou passend zijn in geval van 'zinloos leven'. Het zou, zo hoor je wel zeggen, niet gaan om de kwantiteit van het leven maar om de kwaliteit. Hoe lang iemand leeft zou dan niet belangrijk zijn; het soort leven dat nog te leven is, moet goed zijn. Als het kwalitatief niet meer goed is dan moet het desnoods maar beëindigd worden.
In geval van 'zinloos leven' de dood een handje helpen is echter in strijd met het zesde gebod van Gods wet: 'Gij zult niet doodslaan'. Maar, zo hoor je ook wel vragen, is het soms niet barmhartiger om iemand te doden, vooral als de patiënt dat zelf wil? Deze uitspraak heeft als uitgangspunt het zogenaamde zelfbeschikkingsrecht van de patiënt; ieder individu moet over zijn eigen lot kunnen beslissen... Maar weten we wat er zich afspeelt in de ziel van stervenden? Bij een langzame dood zal er mogelijk een verlangen zijn naar een spoedig einde. Men zou kunnen denken, dat bij deze groep patiënten de vraag om euthanasie vaak voor zal komen. Maar reageert een zieke net zo als een gezond mens? Dergelijke patiënten kunnen het aanbieden van de mogelijkheid van euthanasie misschien juist als bedreigend ervaren. Ze vragen zich af: 'Zal ik de belangstelling en zorg, die nodig zijn, nog wel krijgen?' Het aanbod van euthanasie kan tot een gevoel van overbodigheid leiden, het idee dat je anderen tot last bent. Daarnaast speelt de kwestie van vrijwilligheid. Vrijwilligheid is binnen de arts-patiëntrelatie een hachelijke zaak. Patiënten worden op zijn minst sterk beïnvloed door de opinie van de behandelend arts. En zoals het onmogelijk is precies te weten wat zich zoal in de ziel van de zieke afspeelt, zo is het even moeilijk om datzelfde van de arts en verpleegkundige te weten. Terwijl de meeste euthanasie-voorstanders barmhartigheid en het recht van de (mondige) patiënt als argument gebruiken, kunnen andere motieven bewust of onbewust van invloed zijn op de besluitvorming. De dood van een patiënt, ook een opzettelijk veroorzaakte dood, kan ook voor de arts het einde van een probleemsituatie betekenen... Bij een zogenaamd verzoek om euthanasie kan de vooringenomenheid van de begeleider maken dat hij voorbijgaat aan de werkelijke hulpvraag van de stervende. Wellicht bedoelt de patiënt veeleer 'laat me toch met rust in plaats van al die medische bemoeienis van jullie'; of hij verzucht 'als het maar niet meer lang hoeft te duren' en hoopt juist op wat medelijden, sympathie, begrip.
Natuurlijk is sterven altijd ontluistering. Het gaat langzaam of snel, maar je kunt er niet omheen. Als iemands lichamelijke conditie geleidelijk aan verslechtert, kan dat lichamelijke klachten geven, zoals hevige pijn of benauwdheid, kwellende jeuk, dorst of een dodelijke moeheid. In andere gevallen kan het besef steeds meer afhankelijk van anderen te zijn de lijder, indien hij zich daarvan bewust is, bijzonder drukken. Bij alles hulp nodig te hebben, kan een gevoel van vernedering geven. In zulke gevallen is het voor sommigen vanzelfsprekend, dat 'iemand in zijn lijden helpen' betekent dat je iets tegen zijn leven onderneemt... in plaats van tegen zijn lijden! Dat is ironisch in een periode waarin er grote vorderingen zijn op het gebied van pijnbestrijding en andere lijden-verlichtende maatregelen - palliatieve zorg, zoals dat modern aangeduid wordt. We moeten ons trouwens realiseren, dat spreken in termen als 'kwaliteit van leven' steeds gebeurt op grond van subjectieve, onduidelijk geformuleerde criteria. Soms wordt zelfs niets anders bedoeld dan tevredenheid met het leven. Medisch zinvolle behandelingen worden niet zinvol geacht, indien het om patiënten gaat die volgens één of ander criterium weinig kwaliteit van leven hebben. Terwijl dan hardop gesproken wordt over bijvoorbeeld comapatiënten, wordt echter tegelijk gedacht aan kinderen met het syndroom van Down (mongooltjes), bejaarden en andere groepen. Meer principiële overwegingen, die te maken hebben met de zin van het leven, horen een rol te spelen. Het leven is een geschenk van God. Hij schiep de mens. Het leven wordt ook beschermd door Gods wetten (vergelijk Gen. 9:6 en Ex. 20: 13). Het leven is echter niet alleen een geschenk, het is ook een opdracht waarvoor ieder eenmaal verantwoording zal afleggen (Hebr. 9:27). De dood is dus niet slechts een biologisch verschijnsel dat bij het leven hoort. Het christendom heeft een realistisch beeld van de lichamelijke dood; het doet er niet geringschattend over noch krijgt het overmatig veel aandacht. Het wordt herkend als onvermijdelijk, maar niet als het absolute einde. Hoewel de dood gewoonlijk ontzetting veroorzaakt wanneer die onverwachts komt, zien christenen de dood tegelijkertijd als de overgang naar de nooit eindigende gemeenschap met God. Dit maakt het mogelijk te zeggen: 'Ik verlang heen te gaan om met Christus te zijn, want dat is verreweg het beste' (Fil. 1 :23). Met Christus te zijn is beter dan wat dan ook, beter dan wat we ons maar kunnen voorstellen. Jezus zei: 'Ik ga heen om u plaats te bereiden; en wanneer Ik heengegaan ben en een plaats voor u heb bereid, kom Ik terug om u op te nemen bij mij, opdat ook u zult zijn waar Ik ben' (Joh. 14:2-3).
Conclusie... het beste komt nog! Omdat dit echter niet geldt voor hen die het evangelie afwijzen, is het onjuist te zeggen wanneer iemand overlijdt: 'Misschien is het zo ook maar het beste, laat hem rusten in vrede...', tenzij we er zeker van zijn, dat hij inderdaad rust in vrede.
Wel of niet behandelen?
Begrijpelijk is de vrees dat de toegenomen medisch-technologische mogelijkheden rücksichtslos worden toegepast in een fanatieke zucht tot levensverlenging ten koste van alles. Natuurlijk, in ziekenhuizen vechten we tegen de dood en tegen allerlei vormen van lichamelijk lijden. Terecht. Maar je moet een behandeling wel durven stoppen; dat wil zeggen: stoppen met werken aan genezing tegen beter weten in. Behandelingen echter die tot doel hebben het lijden te verlichten (palliatieve zorg) mogen zeker niet gestopt worden.
Overigens, er is een vorm van lijden verlichten die altijd mogelijk is. Daar hoef je geen arts of verpleegkundige voor te zijn. Toen Jezus zei: 'Ik ben ziek geweest en u hebt mij bezocht' (Mat. 25:36), prees Hij de aangesprokenen om het bezoeken van zieken; Hij heeft het dan niet eens over verplegen of genezen. Hij leerde ons de zwakke en zieke niet anders te beschouwen dan de sterke en onafhankelijke. We hebben voor elkaar te zorgen en voor elkaar verantwoordelijkheid te dragen - anders dus dan Kaïn die zei: 'Ben ik mijns broeders hoeder?' De waarde van een mens ligt niet in zijn talenten, zijn maatschappelijke status en dergelijke maar in het feit dat hij geschapen is door God, dat hij naar Gods beeld gemaakt is en dat de Zoon van God voor hem zijn leven heeft gegeven - survival of the weakest! De dood hoort niet bij het leven. De uiteindelijke strijd tegen de dood is geen medische aangelegenheid, maar een zaak van het geloof in Jezus Christus die de dood heeft overwonnen.
Twee mensen in hun ziekte
Heman is zeer ernstig ziek. Hij is vol wanhoop, duisternis en angst; de situatie van iemand die zich op sterven na dood voelt. Het leven dat hij moet leiden, is geen leven. De bange vraag is nu, waarom is God zo tegen hem gekeerd? De dichter heeft er geen flauw idee van. Hij is nu eenzaam, verlaten en vol ellende. Maar ondanks alles is hij blijven bidden. De enige van Wie hij hulp kan verwachten is die God, die zo'n duistere en onbegrijpelijke weg met hem gaat. Ook deze Heman (de schrijver van psalm 88) met al zijn zwaarmoedigheid en depressiviteit hoort helemaal in het huisgezin van God. Ook deze donkere toonsoort kan niet gemist worden in de compositie van het zo gevarieerde psalmboek. Psalm 88 is niet anders dan het kermen van een stervende voor Gods oren. Het blijkt dat er bij mensen sprake kan zijn van een intense bedroefdheid en ontreddering vanwege de aftakeling van het lichaam, de eenzaamheid en de schaduwen van de dood. Doen alsof geloof ons onkwetsbaar maakt, wordt niet van ons verlangd en een stoïcijnse houding, waarin we zonder emoties allerlei ellende zouden doorstaan, zeker niet. Ook christenen zijn geen onaandoenlijke wezens, maar mensen van vlees en bloed. Voor radeloosheid behoeft men zich niet te schamen. Het gaat om een roep uit de diepte, een psalm in de nacht. Een worsteling met God, totdat de nacht verdwijnt en een nieuwe morgen gloort. Deze benadering doet geheel recht aan het wezen van God en aan het wezen van de lijdende mens. Een geheel andere is die waarin gezegd wordt: ‘Als we lijden niet meer kunnen verlichten met pijnstillende middelen waarom er dan geen einde aan gemaakt?’ Als er geen plaats is om te pleiten, als de rampspoed enkel gezien wordt als een slecht lot dan wordt het moeilijk om niet voor zo'n haastige aftocht te kiezen. Iemand die hier veel over gesproken en geschreven heeft, is Joni Eareckson Tada, bekend als Joni. Als tiener kreeg zij een ongeluk tijdens het duiken, waardoor ze voorgoed totaal verlamd werd. Over bovengenoemde vragen schrijft ze in het boek Wanneer mag je sterven? 'Ik was erg wanhopig. En dat was nog niet alles. Een hersengezwel vrat aan mijn nichtje van vijf zodat zij verwelkte en wegkwijnde. Ouderdom en een reeks beroertes bonden mijn vader van negentig aan een wirwar van slangetjes en apparaten.' En dan vertelt Joni van haar zoektocht naar antwoorden op vragen als: Waarom het lijden niet verkorten, als de pijn en de angst van je handicap te zwaar zijn om te dragen? Zijn er wel antwoorden? Na vijfentwintig jaar in een rolstoel heeft Joni recht van spreken, lijkt me. 'Er is hoop!' zegt ze tegen zieken, gehandicapten, mee-lijdende vrienden en hen die gewoon moe van het leven zijn om wat voor reden ook. Zij wijst op God. Elia smeekte God om hem te doden met de woorden: 'Het is genoeg! Neem nu Heer, mijn leven...' (1 Kon. 19:4). Hierop kwam van God geen verwijt of veroordeling, maar hulp. Zo komt God ook Joni en ons te hulp, vaak door de mensen om ons heen. Zoals Joni leerde bidden: 'God, als ik dan niet kan sterven... laat me dan zien hoe ik moet leven.'
drs. P.J. Lieverse
(Met toestemming overgenomen uit het boek: 'Christendom Onwijs?!, 15 wetenschappers over God, geloof en wetenschap', A.J. van Vliet (ed.), Kampen 1996.)
