Dominee Online > Woordenboek > Orgaandonatie

Orgaandonatie

Er is al veel over geschreven en gesproken: de orgaandonatie. Ieder Nederlander kreeg in 1998 een formulier thuis gestuurd van de overheid met de vraag: wilt u meedoen en donor worden?

 

Vanuit de medische wetenschap krijgen we steeds meer zicht op het unieke van ons lichaam uitgelegd. Ieder mens heeft een persoonlijke weefsel code, welke ons immuunsysteem vormt. Bacteriën en virussen worden hierdoor herkend als ‘vreemd’ weefsel en in geval van een gezond lichaam aangevallen en afgevoerd. Deze code vormt een barrière bij orgaantransplantatie. Nooit past het precies. Hoe meer de eigen code afwijkt van een ander, hoe meer afweerreactie bij transplantatie. Het doneren van organen kan plaatsvinden als hersendood is opgetreden. De grote vraag hierbij is echter: hoe dood is hersendood? Een ‘leek’ kan hierbij niet met het blote oog constateren dat zijn of haar geliefde gestorven is. Die constatering moet een bewust/onbewust feilbaar mens voor je doen, nl. een specialist met behulp van apparatuur. Je wordt dood ‘verklaard’. Deze verantwoordelijkheid is toch wel heel erg groot. Je bent stervende. Maar wanneer is dit proces voltooid? Kunnen we hersendood aanvaarden als de ‘echte dood’? En als de hersenactiviteit niet meer te meten valt, ís deze er dan ook helemaal niet?

 

Er is in de Bijbel geen tekst die direct spreekt over transplantatie van organen na je dood. Je zult dus je visie op donatie moeten afleiden van andere Bijbelse gegevens. Van het grootste belang is dat een beslissing genomen wordt door te bidden. (Geen ‘amen’ zeggen op dit gebed voor je zeker weet wat de Here van je vraagt.) Een arts die hierover sprak wees erop dat onze bewogenheid met de naaste allereerst moet uitkomen in nú besluiten je naaste te vertellen over de Here Jezus bij je leven, in plaats van nú besluiten de ander je organen te gunnen na je dood. Het gaat ten slotte om het eeuwige leven, niet om het aardse – eventueel door transplantatie van organen verlengde – leven. Ook wijzen we op grond van de Bijbel de gedachte af dat je door donatie van organen verder leeft in anderen. Dit is een soort reïncarnatie-gedachte die niet christelijk is.

 

Echte naastenliefde uit zich ten diepste en ten hoogste in het anderen bekend maken met wie de Here Jezus is. Een onbekeerd mens gaat na een door donatie verlengd leven toch nog verloren! Een christen die besluit om niet te doneren, kan het verwijt krijgen egoïstisch te zijn, te handelen in strijd met het gebod de naaste lief te hebben. Maar boven alles geldt voor een kind van God, dat we het eigendom van Christus zijn. Dat komt eerst en boven alles. Vóór het gebod tot naastenliefde komt het grote en eerste gebod: God liefhebben boven alles. Wie het inbreken in het stervensproces of het uitstellen ervan ervaart als een inbreuk op dat recht van God om ‘ons naar zich toe te halen’ die moet alle ruimte krijgen om ‘nee’ te zeggen tegen donatie.

 

Een ander geval betreft trouwens het doneren van organen aan bijvoorbeeld een gezins-/familielid bij het leven. Dan is de vraag ‘hoe dood is hersendood?’, ‘grijpen we niet in in Gods beleid?’ niet aan de orde. Dat is te vergelijken met het geven van een geweldig duur cadeau aan iemand (vergelijk de zegswijze: dat is een rib uit mijn lijf). God transplanteerde een rib uit Adams lijf en vormde deze om tot Eva en sloot de plaats toe met vlees. De Galaten zouden wel Paulus een oog gedoneerd hebben, als dat in die tijd kon, om hem van zijn oogkwaal af te helpen (Gal. 4:15).

 

Dus tegen doneren bij het leven valt weinig bezwaar te maken. Wel is het dubbel, als je zelf bezwaar maakt tegen doneren van je eigen organen, maar later wel een orgaan van een ander zou accepteren. In Nederland is het doneren en accepteren wel gescheiden. Dus het is niet zo dat je geen orgaan zou krijgen als je het formulier niet invult. Maar iedereen voelt aan dat dat niet met elkaar overeen komt. Wie niet doneert bij hersendood moet eigenlijk ook beslissen om geen organen van hersendoden te accepteren. Iets anders is het doneren/accepteren van organen of weefsels nadat je ‘echt’ gestorven bent (b.v. nieren, hartkleppen, hoornvliezen, huid en botten). Dan zit je niet met het heikele punt van hoe dood is hersendood. Van belang is nog dat je juridisch pas sterft, wanneer jouw organen eruit genomen zijn.

 

Je kunt de volgende drie richtlijnen vaststellen:

1. De Bijbel geeft geen voorschriften inzake doneren of accepteren van organen. Er is dus ruimte om hierin zelfstandig voor de Here een beslissing te nemen. We mogen elkaar inzake een beslissing voor of tergen niet veroordelen.

2. Vóór doneren/accepteren pleit het gebod de naaste lief te hebben als jezelf. Ertegen pleiten reserves ten aanzien van de medische macht. Deze is feilbaar en tast meer dan eens de door God gestelde grenzen van leven een dood aan. (Denk aan abortus en euthanasie waarbij artsen zich lang niet allemaal aan het gegeven protocol houden.)

3. Iedereen zal voor Gods aangezicht een eigen standpunt moeten bepalen. Wat mensen/specialisten/predikanten zeggen is relatief.

 

Dominee Erjan van der Linde