Dominee Online > Artikelen > Kinderdoop of niet?

Kinderdoop of niet?

Als één zaak ons als christenen verbindt, dan is dat de doop. Zoals Ef. 4: 5 zegt: 'Er is maar één Here God, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, die is boven allen en door allen en in allen.' Wanneer het gaat om de doop letten velen op de buitenkant: ben je als kind gedoopt, of op latere leeftijd, ben je met water besprenkeld of in water ondergedompeld, enz. De Bijbel geeft hier geen concrete voorschriften aan in de zin van: doopt hen voor ze één jaar oud zijn. Of: doopt hen als ze volwassen geworden zijn. Of: doopt hen door besprenkeling. Of: doopt hen door onderdompeling. Dus dat soort zaken behoeft geen sta-in-de-weg te zijn in ons zoeken naar eenheid.

We zullen niet zozeer op de buitenkant letten, maar op de binnenkant, op de betekenis van de doop. Dus: wat wil de doop mij zeggen? Centraal staat wat Romeinen 6: 3 zegt: In Jezus Christus gedoopt zijn wil zeggen: in Zijn dood gedoopt zijn!

We stellen hierbij 3 vragen:

- gaat het om het verbond of de individu?

- is de doop een profetie of een bewijs?

- handelt God in de doop of de mens?

 

Ad 1: gaat het om het verbond of de individu?

Wij leven in een tijd, waarin het gaat om het individu. Altijd al heeft de mens moeite gehad om zijn eigen 'ik' te beteugelen, maar in onze tijd is met deze moeite afgerekend en wordt het een deugd om jezelf te profileren. Hoe kan ik mijzelf het beste ontwikkelen? Wat heb ik aan iets of aan iemand? Deze tendens is vooral ingezet met de Franse Revolutie (eind 18de eeuw). Daarvoor stond veel meer de gemeenschap centraal. Van voor deze tijd stamt de Bijbel en de Bijbelse manier van denken. En dat heeft alles met de doop te maken. Al van oude tijden was er het plechtig opnemen van een kind in de geloofsgemeenschap, of het plechtig introduceren van iemand van buitenaf in deze geloofsgemeenschap. In het Oude Testament gebeurde dat door de besnijdenis van de jongetjes uit Israël op de achtste dag van hun leven. Tevens werden er dan reinigingsoffers gebracht, welke voor de meisjes het dubbele bedroegen dan voor de jongens. Waar het hierbij om ging was: het kind werd de Here voorgesteld, zo staat het in Luk. 2: 22. Je kunt ook vertalen met: de Here aangeboden. Er werd gezegd: "God van Abraham, Izak en Jakob, hier is ons liefste bezit, ons kleine kind. U hebt het ons toevertrouwd, maar het is van U. U bent de God van het verbond met Abraham en zijn nageslacht. Hier zijn wij als uw kinderen." En zo werd dit kind opgenomen in het verbond. En ze zongen waarschijnlijk Psalm 105: 'Het verbond met Abraham zijn vrind bevestigt Hij van kind tot kind.'

De handeling van de besnijdenis was dus niet het belangrijkste. Het ging om een plechtig opnemen van een kind in de geloofsgemeenschap die de verbondsgemeenschap was. Datzelfde gebeurde met een vreemdeling bij bij de gemeente wilde horen. Die onderging ook zo'n plechtige wijding. Dan vond er eerst een proselietendoop plaats in de vorm van een grondige reiniging (heel het lichaam werd gewassen), dan het voorstellen aan God, waarbij ook de man besneden werd. Bloed moest vloeien. In het Nieuwe Testament is de doop in plaats van de besnijdenis gekomen. Dat lees je in Kol. 2: 11 en 12. Het gaat in deze teksten opnieuw niet om de buitenkant, maar om de binnenkant van zowel de besnijdenis als de doop. En die binnenkant is van beide handelingen exact hetzelfde (besnijdenis is het afleggen van het lichaam des vleses in de besnijdenis van Christus, de doop is begraven worden met Christus). Dat symbolisch afgesneden stukje huid van de penis stond voor de radicale afsnijding van de zonde uit iemands leven. Gebeurde dat meteen bij een baby? Nee, die moest dat leren in de loop van de opvoeding, ouders moesten hem/haar wijzen op het strijden tegen de zonde in de kracht van het geloof. Was de besnijdenis slechts een Joods ritueel? Nee, het heet hier de besnijdenis van Christus. Het was dus gericht op het offerlijden van Hem, op Hem was ook het oudtestamentische geloof gericht, Hij gaf kracht aan dat geloof om tegen de zonde te strijden. Maar toen Christus Zijn bloed stortte was het bloedige symbool van de besnijdenis niet meer nodig. Daar stelt de Here Jezus de (onbloedige) doop voor als teken van het afsterven aan de zonde (letterlijk betekent het woord 'dopen' verdrinken: je oude mens gaat radicaal dood). Tevens ter afsluiting van de patriarchale tijd worden niet alleen de jongens gedoopt, maar ook de meisjes. Gebeurt nu die geestelijke werking meteen bij een baby die gedoopt wordt? Nee, die moet dat leren in de loop van de opvoeding; dat beloven ouders bij de doop. Zij moeten hem/haar wijzen op het strijden tegen de zonde in de kracht van het geloof. Daartoe is Jezus uit de doop opgestaan in nieuwheid van leven (zie Kol. 2: 12, en meer plaatsen).

Maar duidelijk is: het kind hoort bij de geloofsgemeenschap die verbondsgemeenschap (zie 1 Kor. 7: 14) is. Als teken daarvan dient de doop in het N.T. Ook iemand die niet gelovig is en tot bekering komt, wordt naar Christus' gebod (Mat. 28: 19) gedoopt. Ook hij/zij hoort vanaf dan bij de geloofsgemeenschap die verbondsgemeenschap is van de allerhoogste God. Dat in Handelingen der apostelen vooral volwassenen gedoopt worden, heeft te maken met de zendingssituatie. Dat is net als nu gebeurd op zendingsvelden. Als een zendeling in een gebied begint en mensen komen tot bekering, dan vindt vooral volwassendoop plaats. Zo is dat ook in het N.T. met de kamerling uit Morenland, Cornelius de hoofdman, Lydia en de gevangenbewaarder uit Filippi, enz. En hun kinderen? Nu, die werden ook gedoopt. Telkens staat er: hij werd gedoopt en zijn huis, dat wil zeggen in bijbelse termen: zijn vrouw, kinderen en slaven! ( vgl. het bevel van Petrus om 'hen' (huis van Cornelius) te dopen, Hand. 10: 48, Lydia wordt gedoopt 'en haar huis', Hand. 16: 15, de gevangenbewaarder liet 'zichzelf en al de zijnen dopen' Hand. 16:33). Paulus zegt later ook dat hij alleen het gezin van Stefanas gedoopt heeft (1 Kor. 1: 16). Dat 'gezin' wordt niet nader omschreven, of bijvoorbeeld gezegd, dat ook de kinderen eerst belijdenis hadden afgelegd. Nog minder is er bij het woord 'huis' een individuele benadering, omdat ook de slaven onder dit begrip vielen. De stijl van de bijbel is eenvoudig het denken in verbanden. Kinderen horen bij ouders. God denkt in natuurlijke structuren. Wanneer God zich verbindt aan de ouders, dan doet Hij dat ook aan de kinderen. Ze mogen allen bij Hem horen. Van dit feit (van God) is de besnijdenis/doop een teken. God zegt met dat teken: Jij/jullie horen bij Mij. In de besnijdenis/doop gaat het dus niet allereerst om het individu, maar om de gemeenschap. Het gaat daarbij om een aan alle persoonlijke keuzen voorafgaande verbondenheid met God. Voordat we het hebben over een eigen verantwoordelijkheid van het kind, moeten we het hebben over deze verbondenheid met God.

 

Ad 2: is de doop een profetie of een bewijs?

In de doopsbediening ontvangt de gemeenschap alle nadruk, het volk van God is het lichaam van Christus, waarin de heilige Geest mensen inlijft, van buiten af voor wie tot geloof en bekering komt en van binnenuit wie opgroeit in een gelovig gezin. Dit laatste is ook een troost. Want als een klein kind van gelovige ouders sterft, dan hoeven zij niet te twijfelen of hun kind bij God is. Dat kind hoort bij God (1 Kor. 7: 14). Daarom is het een voorrecht als je mag opgroeien in het verbond en je al jong mag horen over de Here Jezus! Daarom is het teken van de kinderdoop zo rijk. Dat bevestigt het heerlijke feit van het horen bij de Heiland. Het kind wordt ondergedompeld in de naam van de Zoon van God. Zit het dan al helemaal goed? Nee, de ouders hebben een taak om hun kinderen te vertellen over deze God, over de liefde van de Vader, de genade van de Zoon en de kracht van de heilige Geest. Juist dan beseffen ze God nodig te hebben. Het belangrijkste voor hun kind kunnen ze zelf niet geven. Dat moet God doen. Daarom is bidden ook zo belangrijk in de opvoeding. Zo gezien heeft elke doop, niet alleen die van kinderen, maar ook die van volwassenen, het karakter van een profetie. Het is gericht op een verandering van het leven, van het hart, van de gezindheid. Die is al begonnen (wanneer eigenlijk? Dat valt vaak moeilijk aan te geven), maar moet ook nog tot vollere openbaring, tot vollere ontplooiing komen. De grote beslissing is gevallen: God heeft Zich vóór de dopeling verklaard, maar de kleine beslissing moet nog komen: de dopeling moet zich voor God verklaren. Door de doop horen ze bij Jezus Christus, maar nu moeten ze nog met hart en ziel bij Hem gaan horen. De oude mens is voor dood verklaard, dat moet zo blijven! En de nieuwe mens is in Christus' opstanding opgestaan, dat is blijvend! Hierin zit iets wat voor het leven geldt: christenen moeten voortdurend worden, wat zij in Christus reeds zijn. Oftewel: het is beloofd door de almachtige God. Ik moet/mag leren geloven en bidden om het ook te ontvangen door de heilige Geest. En dan gaat het om de vrijmaking van de zonden en de dagelijkse bekrachtiging van het leven. Dat belooft nu de Here ons te geven door het geloof en door het gebed. En dat Hij dat serieus meent, komt tot uitdrukking in de doop.

Dat God daarbij gebruik maakt van mensen, zal duidelijk zijn. Apostelen, zendelingen, predikers, verkondigen het Evangelie. Ouders vertellen het verder aan hun kinderen. Bepalend daarbij is tenslotte het geloof. Van belang is tenslotte niet of wij dopen, of mensen ingeschreven worden in de registers van een kerk, maar het geloof in het woord van Jezus Christus. Waarom? Omdat dit woord eeuwigheidswaarde heeft. De Here Jezus kent in Marcus 16: 15 en 16 ultieme waarde toe aan het werk van de apostelen, omdat Hij zich zal houden aan wat Hij hen laat zeggen. Wat zij op aarde binden zullen zal gebonden zijn in de hemel (Mat. 16: 19, 18: 18). In deze verzen gaat het niet om het dopen op zich (in vs. 16b wordt de doop niet weer genoemd): men wordt uiteindelijk niet beoordeeld op de doop, maar op zijn/haar geloof. Maar duidelijk is: er is geen geloof dat de doop zal weigeren ('wie gelooft en zich laat dopen'), maar er zijn wel gedoopten die nalatig blijven in geloof ('wie niet gelooft'). Uit vs. 16 kun je zeker niet een strikte volgorde geloof-dopen concluderen, dan overlaad je het woordje 'en' (je zou dan het Griekse 'gar' verwachten: en dus/daarom zich laat dopen, maar dat staat er niet). Hier heeft de Here Jezus beslist de zendingssituatie op het oog. Hij ziet een nieuw volk komen door de verkondiging van de apostelen uit alle volken en natiën. Het verbond krijgt een enorme verbreding: het doopwater zal rijk vloeien. Enkelingen, maar ook gezinnen, 'huizen' zullen worden ingelijfd in het verbond met de Allerhoogste.

Hierbij wel 3 opmerkingen:

1. 'Voorlopig' worden de kinderen gedragen door het verbond, omsloten door het geloof van de ouders en de gemeente. De ouders antwoorden daarom op de doopvragen, de gemeente is getuige. De doop is dan een dringend beroep op de ouders en op de gemeente om de dopeling op te voeden in de vreze des Heren. Daar kunnen we als ouders niet genoeg mee bezig zijn. Ook de gemeente moet hier ernst mee maken (zondagsschool, clubs, catechisatie, enz.).

2. Een profetie kan ook oordeelsprofetie worden. In het gebed van het doopsformulier komt twee keer een 'zee' voor. Noach en zijn gezin werd gered op de zee, Israël ging droogvoets door de Rode Zee, met hetwelk de doop beduid werd (1 Kor. 10: 2: het volk Israël bestond uit ouders en kinderen); maar in datzelfde water verdronk Farao en zijn leger, de hele toenmalige wereld van voor de zondvloed! Een bekende uitspraak is: je kunt ook in je doopwater verdrinken! Hoe kan dat nou? Omdat het een teken van God is en Hij laat niet met Zich spotten. De God van verbond en doop is de God van het oordeel over alle ongeloof en ongewassen zonde.

3. De doopt zegt dus niet veel van mij en mijn geloof, mijn kracht. Het is geen bewijs van de echtheid van mijn geloof, zoals wel beweerd wordt. In de doop ben ik volkomen passief. Romeinen 6 zegt: ik word gedoopt in de dood van Christus. Mijn oude ik wordt begraven. Daar word je heel stil van! Vervolgens staat de nieuwe mens op in Christus en gaat leven uit het geloof, daartoe aangedreven door de liefde van Christus, door te getuigen van Hem. En dat is weer profetie, zegt Openb. 19. De doop is dus een profetie, gericht op een verandering van leven. Het wijst mij erop en wil brengen tot sterven aan mijzelf en leren opstaan in geloof, in hoop en in liefde.

 

Ad 3: handelt God in de doop of de mens?

Het antwoord op deze vraag zal duidelijk zijn. In de door mensen verrichte handeling van de doop handelt God met een mens, met een kind. God doet het eigenlijke werk van wassen van zonde, reinigen van schuld, rechtvaardigen in genade, heiligen in geloof en zaligen in de liefde. Romeinen 6:4 zegt: wij zijn met Christus begraven, door de doop in Christus' dood.

Er is dus maar één echte doop: de doodsdoop met Christus aan het kruis tot verzoening van mijn zonde, tot zaligheid van mijn ziel. In de naam van de Here Jezus gedoopt worden betekent: verbonden zijn met, betrokken zijn op die dood nu bijna 2000 jaar geleden; én opstaan met Hem in nieuwheid van leven. Dat kan er maar Eén bewerken: God Zelf. God de Vader die ons uit liefde adopteert als Zijn kind, God de Zoon die ons wast in Zijn bloed, God de heilige Geest die ons doet geloven wat de doop belooft. Opdat we zowel persoonlijk gezin en gemeente zullen leven tot eer van God!

drs. Erjan van der Linde