Een alternatief voor het gezin
Geachte dominee Erjan van der Linde,
Ik heb een vraag voor u. Margaret Mead pleit in haar boek 'Coming of age' voor meer keuzevrijheden voor kinderen door ze op te voeden in leefgemeenschappen groter dan alleen een gezin. Doordat ze bij die gemeenschap horen en niet perse bij hun ouders en broers en zussen, kunnen ze wonen bij wie ze het liefst willen wonen (een oom bijvoorbeeld) en bij wie ze zich het meest thuis voelen. Ze zijn minder gebonden aan hun ouders en hoeven zich dan ook niet van deze ouders los te maken in de puberteit. Dit zou voor meer evenwichtige mensen zorgen die zijn zoals ze zijn en niet zoals hun ouders willen dat ze zijn.
Wat vindt u daarvan? Is het leven in communes of grotere woongroepen niet een verrijking omdat een kind dan meer mensen om zich heen heeft om van te leren, omdat het kind in aanraking komt met meerdere manieren van leven en zelf zo de levenswijze vindt die bij hem of haar past? Is het gezin niet een te enge eenheid, waarin een kind zich alleen kan ontplooien in dezelfde richting als de ouders? Gelooft u in het goede dat in ieder kind schuilt en eruit komt als het de kans krijgt? Of gelooft u dat het opleggen van regels nodig is om kinderen 'goed' te maken?
Met vriendelijke groeten en oprechte interesse,
Esther - studente antropologie
--------------
Het antwoord van dominee van der Linde is:
Beste Ester,
Bedankt voor je pittige vraag over de plaats van de opvoeding. Ik ben evenals Margaret Mead voor keuzevrijheid, maar het woord klinkt leuker dan dat het is. Een keuzevrijheid is een randvoorwaarde voor leven en staat in dit opzicht tegenover zoiets als kinderarbeid. Maar met alleen keuzevrijheid kom je er niet, net zoals je er niet bent door je kind een fiets te geven en hem niet te leren hoe hij daarop kan fietsen en aan welke regels hij zich zal houden in het verkeer. Zo zul je ook een kind moeten leren om te kiezen.
Een voorbeeld. Geld is een ruilmiddel en je kunt er veel keuzes mee maken. Maar als je een kind 10 Euo geeft en zegt: hier mag jij je eigen consumpties voor kopen, dan zal 10 tegen 1 het kind er de ene dag patat, snoep en Cola voor kopen en de andere dag een big Mac, een paar Marsrepen en een Fanta. Het is daarom goed om een kind te leren wat goede keuzes zijn. Dat geldt voor eten, bewegen, T.V. kijken, computeren, lezen, spelen, delen met anderen. Naast dit soort zaken, komt er nog meer bij kijken en dan hebben we het over het leren kiezen voor normen. Een kind moet leren kiezen voor 'samen is beter dan alles voor mijzelf', 'een snoeppapiertje in de afvalbak is beter dan op de grond', 'vieze schoenen vegen is beter dan ermee over het tapijt lopen', 'tandenpoetsen na elke maaltijd is beter dan straks veel bij de tandarts zitten', en hier kan ik nog wel even mee door gaan.
Dit vergt een behoorlijke investering aan tijd en energie van de opvoeder. Het gaat om de herhaling, soms dagelijks. Daarbij kun je als opvoeder best eens uit de slof schieten (zeker als je zoon voor de derde keer op een dag met een scheur in de broek thuiskomt of wanneer je dochter voor de vierde keer op die dag het haar anders wil), maar de opvoeding is gebaat bij liefde in de omgang en een sfeer van veiligheid. Hoe kan dit? Ik geloof in zoiets als moeder- en vadergevoelens; een intuïtief, haast instinctmatig je hechten aan wat uit jezelf is voortgekomen. En natuurlijk gaat dit soms vreselijk mis (incest), maar vaker gaat het goed. Ik las vandaag nog in de krant (28 febr. 2006) over een onderzoek van het SCP dat Nederlandse vrouwen liever hun kinderen zelf opvoeden. Betere voorzieningen voor kinderopvang zullen daarom niet helpen meer vrouwen aan het werk te krijgen. Dit lijkt mij een illustratie van deze onberedeneerbare goede keuzes die moeders (en hopelijk ook vaders) maken. Ik zie in mijn zoon trekken in zijn gedrag die ik bij mijzelf herken; gedrag die ik bij mijzelf veranderen wil, en die me mild stemmen naar mijn zoon: we staan aan dezelfde kant van de leerschool. Ik voel aan als mijn dochter een overwinning in haar faalangst behaalt, omdat ik die zelf op dat punt heb overwonnen. Mijn zoon heeft last van bronchitis, zoals ik er ook last van heb. Ik kan hem allerlei truckjes aan de hand doen om er beter mee te leren leven. Mijn dochter is klein van stuk, evenals ik dat ben. Ik kan haar helpen daardoor niet teveel van je stuk te geraken. Met andere woorden: omdat je kind je eigen is, kun je hem beter opvoeden en in de puberteit begeleiden.
Kan iemand anders dit niet doen? Natuurlijk kan dit wel, maar of dat evenveel band geeft en houvast? Zeker komt dit aan de orde als het gaat om zaken als eerlijk zijn, orde in je leven, vriendschappen kunnen aangaan, betrouwbaar zijn, een doel in de leven vinden, tevreden zijn, geduld hebben. Dat is net het toetje op de maaltijd. Dat geeft kwaliteit aan het leven en bevordert het gelukkig zijn en blijven! Ik geloof dus niet in de beknellende band van de ouders die doorbroken moet worden. Je kunt net zo goed als oom of als opvoeder claimgedrag vertonen waar een kind zich uit los te worstelen heeft gedurende de puberteit. Als je om je kind geeft, dan voed je het op tot zelfstandigheid. Dat is nog wat anders dan ongebondenheid. Dat laatste veronderstelt een egoïstische levenshouding: als ik het maar heb, de ander interesseert mij niet, als ik er niet beter van word. Dat levert ook geen keuzevrijheid op, want je bent gevangen in je eigen ik en kiest altijd voor jezelf en je eigen belang. Je bent gevangen in je ego, dus einde keuzevrijheid! Ouders voeden hun kind op om zelfstandig te kunnen zijn, dus eigen keuzes te kunnen maken, maar wel met behoud van de banden van liefde. Ook als je ouder wordt en adolescent bent heb je behoefte aan een klankbord en feed-back. Het is een verlies als door een ontworsteling aan de opvoedersclaim de weg naar het 'vertrouwde nest' geblokkeerd wordt.
Het is fijn als je - met de nodige kritiek op je ouder of ouders - ze toch af en toe kunt 'gebruiken' als schuurpaal om je mening te testen en je keuzes te toetsten. Een verstandige ouder zal daar dan blij mee zijn en dat ook laten merken door voorzichtig wat advies te geven.
Ik geloof, Ester, dus niet zo in meer evenwichtige mensen door een minder-natuurlijk opvoedingsmilieu. Natuurlijk gaat er veel mis in de gezinnen - en dat horen we in over-geaccentueerde mate (net als op een kruising het voorrang verlenen 1000 keer goed gaat en één keer niet en deze botsing als foto in de krant komt) - maar wie zich verdiept in communes zal meer te horen krijgen over misstanden. Ik heb me indertijd wat verdiept in de Bagwan-communes en heb toen veel negatieve verhalen gehoord van kinderen en vrouwen (in mindere mate van mannen).
Over je laatste vraag: ik geloof niet zo in het goede van een kind, maar meer in de plooibaarheid van een kind. Van zichzelf is een kind geneigd tot mild egoïsme. Door geen of verkeerde voorbeelden kan dit grof egoïsme worden en in een uitzonderlijk geval tot crimineel gedrag. Door een goede opvoeding kan een kind uitgroeien tot een evenwichtige persoon, die zelf ook weer in staat is een kind op te voeden. Daarbij ondersteunen regels een goed opvoedingsproces als gezamenlijke afspraken. Wordt dit gezamenlijke niet gedragen door de kracht van de liefde, dan zullen regels gaan knellen en gaan ze overboord of worden slechts incidenteel gehouden. Daarbij geloof ik niet dat regels een kind goed maken. Regels reguleren, ordenen, maken het leven overzichtelijk, zoals een velletje ringbandpapier regels heeft om rechte zinnen te kunnen bevatten. De zinnen als de kern van ons leven - omgeven door regels - bloeien op uit liefde, hoop en geloof. Daar zou veel meer van te zeggen zijn, maar daar gaan je vragen niet over. Mocht iets niet duidelijk zijn, of heb je meer te vragen dan hoor ik het wel.
Met hartelijke groet,
Dominee Erjan van der Linde
