Cremeren of begraven?
Vraag:
Mag een christen zich laten cremeren? Ik ben zelf christen en zou niet gecremeerd willen worden, maar mijn schoonfamilie is zeg maar atheïstisch en wil precies weten waarom niet. Mijn schoonmoeder is gecremeerd en op 2 uiteenlopende plekken (Nederland en Frankrijk) uitgestrooid, mag dat dan eigenlijk wel?
Antwoord:
In onze tijd kan een gestorvene gecremeerd of begraven worden. Was het zo'n 100 jaar geleden alleen maar gebruikelijk om te begraven, nu is cremeren voor velen de vorm van lijkbezorging geworden. Mag je je als christen laten cremeren? Maakt het wat uit? Om hierop een antwoord te kunnen krijgen is het goed om een aantal aspecten rondom de lijkbezorging te bespreken. Voorop staat dat onze zaligheid niet afhangt van de vraag wat er met ons lichaam gebeurt na onze dood. Ons heil hangt alleen af van de vraag of we geloven, dat Jezus Christus voor de zonden der wereld gestorven is en ten derde dage opgestaan is van de doden. Dit is heel belangrijk!
Lijkbezorging
Wereldwijd kunnen we vier vormen onderscheiden van lijkbezorging. Deze vier vormen hebben te maken met de vier elementen water, vuur, aarde en lucht. De dode lichamen worden in een rivier of in de zee geworpen, ze worden verbrand, ze worden in de aarde begraven of ze worden op een afgeschermde plaats in de openlucht neergelegd. De eerste vorm treffen we onder andere aan in de scheepvaart. De laatste vorm komen we tegen bij de Parsis in Bombay. Zij leggen de overledene op stenen banken en zien toe hoe tientallen gieren in twintig minuten het lijk kapotscheuren en kaalvreten. Dit is een onderdeel van het zoroastrianisme (de leer van Zarathustra). In Afrika komen we al de vier vormen van lijkbezorging tegen. In West-Europa worden de lichamen of verbrand of begraven. Tot 785 was cremeren in Europa en ook in Nederland normaal. In dat jaar verbood Karel de Grote het cremeren ten gunste van het begraven als christelijke lijkbezorging. Ketters en heksen echter werden tot in de negentiende eeuw op brandstapels verbrand. In dezelfde eeuw kwam vanuit Italië de beweging opzetten voor vrijwillige crematie. Dit idee werd voornamelijk gevoed door antigodsdienstige motieven. Het was een gevolg van de opkomende ontkerkelijking. Het is reeds de twintigste eeuw wanneer in Velsen het eerste crematorium van Nederland geopend wordt (1913). Vijfenvijftig jaar later, in 1968, wordt bij wet cremeren gelijkgesteld met begraven.
Lijkbezorging in de Bijbel
In de Bijbel lezen we voornamelijk, dat de doden worden begraven. Als eerste treffen we dit aan in Genesis 23:2-6: 2 En Sara stierf te Kirjat-arba, dat is Hebron, in het land Kanaän, en Abraham ging naar binnen om over Sara te weeklagen en haar te bewenen. 3 Toen stond Abraham op, en ging heen van zijn dode, en sprak tot de Hethieten: 4 Een vreemdeling en bijwoner ben ik bij u, geeft mij een eigen grafstede bij u, opdat ik mijn dode moge uitdragen en begraven. 5 Toen antwoordden de Hethieten Abraham en zeiden tot hem: 6 Luister naar ons, mijn heer, een vorst Gods zijt gij in ons midden: begraaf uw dode in de keur onzer grafsteden; niemand van ons zal u zijn grafstede weigeren om uw dode te begraven.
Uit dit stuk blijkt, dat het niet alleen voor Abraham, maar ook voor de Hethieten gewoon was om de doden te begraven. Dit lezen we heel de 4000 jaar geschiedenis van de Bijbel door. In de Boeken Koningen en Kronieken wordt hiervoor een nagenoeg vaste constructie gebruikt. Zie bijvoorbeeld 1 Koningen 11:43. 'En Salomo ging bij zijn vaderen te ruste en werd begraven in de stad van zijn vader David.' Uit het eerste tekstgedeelte blijkt, dat de Hethieten grafsteden kenden. Zo ook andere volken rondom Israël.Toch is er wel een verschil aan te wijzen.
In de cultuur en de religie van veel volken waren dood en graf en dodencultus erg belangrijk. Een duidelijk voorbeeld hiervan zijn de Egyptische piramiden: gigantische bouwwerken vol met goud, zilver en kostbaarheden. Israël was in dit opzicht veel soberder. De Bijbel geeft ons bijvoorbeeld niet veel informatie over begrafenisrituelen. We lezen wel over de moeite die Abraham moest doen om een grafplaats voor Sara te kunnen kopen, maar vervolgens lezen we over de begrafenis alleen maar: "daarna heeft Abraham zijn vrouw Sara begraven in de spelonk van het veld Makpela, tegenover Mamre, dat is Hebron, in het land Kanaän."
De dood wordt in Israël niet verheerlijkt. De Bijbel is heel duidelijk over wat de dood is. In Job 18:14 lezen we, dat de dood genoemd wordt 'de koning der verschrikkingen'. Paulus, opgevoed met het rabbijnse gedachtegoed, noemt de dood 'de laatste vijand' (1 Cor. 15:26). Hoewel sober, toch ging men in Israël heel zorgvuldig met de gestorvenen om. Zelfs met hen die de doodstraf hadden ontvangen. Dit blijkt uit Jozua 10:26-27, waar Jozua handelt volgens de wet uit Deuteronomium 21:22-23. Deze zorgvuldigheid zien we ook terug bij de begrafenis van Jezus. Ook Hij werd voor zonsondergang van het kruis gehaald om begraven te worden. Dit alles geeft ons het volgende beeld. In Israël werden de doden begraven, grotendeels in een spelonk in een berghelling. (Dit alles geeft ons het beeld, dat de doden begraven werden, veelal in een spelonk in een berghelling.) Hoewel begraven het vaaks voorkomt in Israël treffen we in de Bijbel ook lijkverbrandingen aan. Toch is er dan telkens een bijzonderheid. In Jeremia 19:5 lezen we het Woord des Heren gesproken door de mond van Jeremia, waarin God de handelwijze van de Israëlieten sterk veroordeelt. "En zij hebben de hoogten van Baäl gebouwd om hun kinderen als brandoffers voor de Baäl met vuur te verbranden, iets wat Ik niet geboden noch uitgesproken heb en wat Mij niet in de zin is gekomen". In 2 Koningen 3:27 lezen we dat de koning van Moab zijn eerstgeborene, die in zijn plaats koning zou worden, offerde ten brandoffer. Maar ook de koningen van Juda en Israël deden even zo. In 2 Koningen 16:3 lezen we over Achaz die zijn zoon door het vuur liet gaat. Later is het Manasse die ook zijn zoon door het vuur doet gaan (2 Kon. 21:6). Josia, een latere koning in Juda, bekend om zijn enthousiaste geloof in God, zorgt er voor, dat de plaats Tofet (waar mensen verbrand werden) verontreinigd wordt, opdat niemand meer zijn zoon of dochter voor de Moloch door het vuur zou doen gaan. In Ezechiël 16:19-21 staat met nadruk, dat God het verbranden van zonen en dochters voor de afgoden veroordeelt. Naast verbrandingen als offer komen we nog tweemaal in de Bijbel verbrandingen tegen van het dode lichaam.
Als eerste zullen we kijken naar 1 Samuël 31. Dit hoofdstuk spreekt over de dood van koning Saul. De Filistijnen onthoofden het dode lichaam van Saul en hangen het op aan de muur van Bet-San. ’s Nachts gaan dan een groep Israëlitische soldaten op weg en halen de lijken van Saul en zijn zonen van de muur. Terug in Jabes verbranden zij ze ter plaatse. Vervolgens nemen zij hun gebeente en begraven het onder de tamarisk te Jabes. De lichamen van Saul en zijn zonen worden hier gedeeltelijk verbrand. Het betreft alleen het vlees. Het gebeente wordt begraven. Vervolgens lezen we niet van een reactie van God op deze daad. We mogen dan ook aannemen, dat God instemde met deze handeling. Mogelijk zijn de lichamen eerst verbrand vanwege de roofvogels die de lichamen kapot gescheurd hadden. Maar toen zijn ze begraven naar gebruik in Israël. Bij deze geschiedenis sluit Amos 2:1 zich aan. Hier spreekt de Here: "om drie overtredingen van Moab, ja om vier, zal Ik het niet herroepen. Omdat hij het gebeente van Edoms koning tot kalk verbrand heeft, zal ik vuur werpen in Moab". In dit schriftgedeelte komt duidelijk na voren, dat God het niet eens is met de verbranding van het gebeente van de koning van Edom. Het grote verschil met 1 Samuël 31 is, dat hier wel het gebeente verbrand wordt en niet alleen het vlees. Blijkbaar maakt God een verschil tussen de verbranding van het vlees en de verbranding van het gebeente. De reden hiervan zal in de waarde zitten die God aan het gebeente geeft. Later zullen we hierop terug komen.
Samenvattend kunnen we zeggen dat lijkverbranding in de Bijbel als offer voorkomt, iets dat God zeer zeker niet gewild heeft. Verder komt er een gedeeltelijke verbranding van het lijk voor waarbij als het ware het gebeente gereinigd wordt om vervolgens begraven te worden. Naast de mogelijkheid van verbranden en begraven, komen we in de Bijbel ook tegen, dat de dode lichamen in de open lucht worden gelegd. We treffen dit aan in Jeremia 8:1-2 en 16:4. 8:1 Te dien tijde, luidt het woord des Heren, zal men de beenderen van de koningen en de beenderen van de vorsten van Juda, de beenderen van de priesters, de beenderen van de profeten en de beenderen van de inwoners van Jeruzalem uit hun graven halen, 2 en ze uitspreiden voor de zon en de maan en het gehele heer des hemels, die zij hebben liefgehad en gediend, die zij achternagelopen zijn en gezocht hebben en waarvoor zij zich hebben neergebogen; zij zullen niet bijeengezameld noch begraven worden, tot mest op de akker zullen zij zijn. 16:4 Aan dodelijke ziekten zullen zij sterven, zij zullen niet beklaagd noch begraven worden, tot mest op de akker zullen zij zijn; of door het zwaard en de honger zullen zij aan hun eind komen, en hun lijken zullen tot voedsel zijn voor het gevogelte des hemels en het gedierte der aarde. Zoals blijkt uit de schriftgedeelten kwam deze vorm vooral voor als straf van God. Het was erg om geen graf te hebben, maar opgegeten te worden door het gevogelte des hemels en gedierte der aarde en te dienen als mest voor de akkers.
Afsluitend kunnen we zeggen, dat in de Bijbel begraven de gewoonte is. Iets dat ook blijkt uit Johannes 19:40: "Zij namen dan het lichaam van Jezus en wikkelden het in linnen windsels met specerijen, zoals het bij de Joden gebruikelijk is te begraven." De andere vormen van lijkbezorging vinden plaats onder 'verdachte omstandigheden'.
Argumenten pro crematie
Een vijftal argumenten treffen we aan bij de voorstanders van crematie.
Een eerste argument is dat van de hygiëne. Crematie zou hygiënischer zijn dan begraven (cru gezegd vindt er geen bodemvervuiling plaats). Kort beschouwd is dit een vreemd argument. Dat dit soort argumenten in het economische verkeer een rol spelen is begrijpelijk. Maar bij zoiets ingrijpends als het afscheid nemen van een lichaam van een geliefde is dit argument volkomen ondergeschikt.
Een tweede argument is, dat crematie goedkoper is. Uit de brochures blijkt dat dit inderdaad het geval is. Uitvaartverzekeraars bieden goedkopere opties aan met crematie dan met begraven. Maar het dunkt me, dat dit een bijargument is en niet een hoofdargument.
Een derde argument betreft de beschikbare ruimte. Nederland zou te vol raken om alle mensen te kunnen begraven. Een urn neemt nu eenmaal minder ruimte in dan een kist. Op zich is dit een geldig argument. Vooral wat betreft de grote steden. Maar het lijkt mij dat dit argument wegvalt zodra er godsdienstige argumenten tegenover worden geplaatst.
Een vierde argument is, dat crematie meer esthetisch is dan begraven. Ik vraag me af waar dit op gebaseerd is. Is het in een crematorium cleaner dan op een begraafplaats? Hoef je in een crematorium niet bang te zijn voor regen en kou? Of is de voorstelling van verbranding minder griezelig dan de voorstelling van een lichaam dat vergaat?
Het christelijk geloof en de lijkbezorging
Wanneer we nu komen te spreken over de lijkbezorging binnen het christelijk geloof, dan moeten we de vraag bespreken, wat de waarde is van het lichaam binnen de christelijke traditie en wat de gevolgen hiervan zijn voor de behandeling van het dode lichaam. Al vroeg in de Bijbel wordt er gesproken over het menselijk lichaam en wel in Genesis 2:7. In dit vers lezen we, dat de Here God de mens formeerde van stof uit de aardbodem. "Toen formeerde de Here God de mens van stof uit de aardbodem en blies de levensadem in zijn neus; alzo werd de mens tot een levend wezen". De mens is genomen uit het stof der aarde. Direct na de zondeval wordt de mens daar ook meteen op gewezen. In Genesis 3:19 staat te lezen: "in het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aardbodem wederkeert, omdat gij daaruit genomen zijt; want stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren". De mens lijkt op grond van Genesis niet meer waard dan het stof der aarde. Op gelijke wijze wordt door Prediker gezegd: "alles gaat naar een plaats, alles is geworden uit stof, en alles keert weder tot stof" (3:20). Bij Job vinden we dergelijke woorden ook. "Zij zullen naar de diepten van het dodenrijk neerdalen, wanneer wij tezamen in het stof neerzinken" (17:16). Maar we doen Gods heilsplan geen recht wanneer we op grond hiervan concluderen, dat de mens stof is, tot stof zal wederkeren en hiermee alles is afgelopen. Er wordt in de Bijbel meer gezegd over het menselijk lichaam. Het lichaam is niet slechts een tijdelijk omhulsel van de ziel.
De Here Jezus zegt van het lichaam: "is het lichaam niet meer dan de kleding?" (Mat. 6:25) We kunnen hieruit concluderen, dat, hoewel de kleding wel een omhulsel is, het lichaam dit niet is. De Bijbel spreekt anders over het menselijk lichaam. Het lichaam doet er wel degelijk toe. Het is geen weggooiartikel. In het geheel niet. Voor een christen geldt datgene wat gezegd wordt in 1 Corinthe 6:19, namelijk, "dat het lichaam een tempel is van de Heilige Geest". Het menselijk lichaam doet er wel degelijk toe. De zienswijze van God op het menselijk lichaam komt duidelijk naar voren in Romeinen 8:10-11. 10 Indien Christus in u is, dan is wel het lichaam dood vanwege de zonde, maar de geest is levend vanwege de gerechtigheid. 11 En indien de Geest van Hem, die Jezus uit de doden heeft opgewekt, in u woont, dan zal Hij, die Christus Jezus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door zijn Geest, die in u woont. We vinden hier een negatieve beschouwing over het lichaam. Het lichaam is dood vanwege de zonde. Het lichaam wordt dan ook gescheiden van de geest die leeft vanwege de gerechtigheid. Maar de scheiding betekent niet, dat deze scheiding voor eeuwig is en dat het lichaam geen waarde meer heeft. Het sterfelijke lichaam dat dood is vanwege de zonde zal levend gemaakt worden. Op grond van bovenstaande zullen we moeten zeggen, dat binnen het christelijk geloof het lichaam niet waardeloos is. Dit geldt niet alleen voor het levende lichaam, maar ook voor het dode lichaam. De mens is niet alleen ziel, maar ook lichaam. Uit ons handelen met het dode lichaam zal dan ook moeten blijken dat het waarde heeft. Een waarde die het heeft op grond van de opstanding der doden. De opstanding der doden is een geheel nieuwe dimensie in de bespreking over begraven of cremeren. Centraal in het christelijk geloof staat de opstanding van Jezus Christus ten derde dage. Toen, op de eerste dag van de week, bleken het graf en het dodenrijk niet krachtig genoeg om de Here Jezus vast te houden. Het lichaam van de Here werd opgewekt, levend gemaakt. Het lichaam van de Here Jezus was na zijn sterven niet waardeloos geworden. Hij ontving niet een nieuw lichaam. Hetzelfde lichaam dat Jozef van Arimatea en Nicodemus in het graf legden, is weer levend geworden. Wel is er wat met het lichaam gebeurd. Paulus heeft het in 1 Corinthe 15 over een natuurlijk, vergankelijk lichaam dat gezaaid wordt en een onvergankelijk lichaam dat opgewekt wordt. Maar het is hetzelfde lichaam. Binnen de christelijke traditie zullen we dan ook met zorg om moeten gaan met het lichaam. Zowel met het levende lichaam, wat inhoudt dat een christen niet aan zelfkastijding of zelfverminking kan doen, als met het dode lichaam, dat mag dus niet behandeld mag worden alsof het geen waarde heeft. We zullen het dode lichaam zo moeten behandelen, dat het gereed is voor de opstanding der doden. Hierbij dient opgemerkt te worden, dat de Bijbel lijkt te zeggen, dat in het bijzonder het gebeente hiervoor van belang is. We zagen al dat God geen bezwaar had tegen het verbranden van het vlees van de lichamen van Saul en zijn zonen, maar wel tegen het verbranden van het gebeente van de koning van Edom. Het belang van het gebeente blijkt ook uit andere schriftgedeelten. Ten tijde van de uittocht uit Egypte mocht er volgens Exodus 12:46 geen enkel been van het paaslam gebroken worden. In Numeri 9:12 wordt dit herhaald voor de toekomstige paasvieringen. Iets dat volgens Johannes 19:33 ook niet gebeurd is bij hèt Paaslam. In 2 Koningen 13:21 lezen we een zeer bijzondere geschiedenis met daarin de beenderen van Elisa in de hoofdrol: Terwijl men eens bezig was iemand te begraven, zie, daar zagen zij een bende: toen wierpen zij de man in het graf van Elisa en liepen weg. En toen de man met het gebeente van Elisa in aanraking kwam, werd hij levend, en rees overeind op zijn voeten. Een ander schriftgedeelte dat verwijst naar beenderen is Ezechiël 37. Ezechiël zag een dal vol met beenderen en de Here vroeg aan hem of deze beenderen konden herleven. Toen Ezechiël de woorden gesproken had die God hem opgedragen had, zie, de beenderen voegden zich aaneen en er kwamen spieren op en vlees en er trok een huid overeen. Vervolgens kwam, nadat Ezechiël opnieuw gesproken had de geest in de dode lichamen en zij gingen op hun voeten staan. Dit schriftgedeelte is een profetie over het herstel van Israël. Israël wordt vergeleken met al lang geleden gestorvenen. De beenderen zijn dor en dood. Voor ons is van belang om te zien, dat het herstel begint bij de beenderen. Het vlees is vergaan. Dit is blijkbaar niet belangrijk. De beenderen daarentegen wel. Zij vormen de basis voor het herstel, de herschepping van Israël.
Christelijke lijkbezorging
Wanneer de beenderen voor God van groot belang zijn, dan dienen wij rond de lijkbezorging hier rekening mee te houden. Dan moeten we ons afvragen welke van de vier vormen van lijkbeschouwing acceptabel is of zijn. Hoewel we op grond van bovenstaande niet kunnen concluderen, dat de beenderen noodzakelijk zijn voor de opstanding der doden, in het begin zeiden we al dat alleen het geloof van belang is voor de zaligheid, is het bewaard blijven van de beenderen wel een teken van herstel en is het bewaren van de beenderen een getuigenis van het geloof in de opstanding uit de dood als Jezus Christus komt. Wanneer we nu de vormen van lijkbezorging langs lopen, dan zullen we ze moeten indelen op grond van de waarde die aan het lichaam wordt toebedeeld en op grond van het geloof in de opstanding dat er uitspreekt.
Een van de vormen van lijkbezorging is het leggen van het dode lichaam op een afgeschermde open plaats. Naar mijn mening komt deze vorm niet in aanmerking, aangezien het dode lichaam oneervol behandeld wordt, wanneer deze kapot gescheurd wordt door vogels. Wanneer hiervan in de Bijbel sprake is, dan is dit telkens als straf.
Een tweede vorm is de verbranding of crematie. Het lijkt me dat door de verbranding van het lichaam de indruk gewekt wordt, dat het dode lichaam geen waarde heeft. Dit is in strijd met het christelijk geloof, waar het lichaam, ook het dode lichaam, wel degelijk waarde heeft. Daarbij is de verbranding van de beenderen niet in overeenstemming met het belang van de beenderen en het getuigenis dat zij geven van de opstanding der doden.
De derde vorm - het werpen van het dode lichaam in zee of in een rivier - komt in ons land niet voor. We kennen wel het zogenaamde zeemansgraf als een soort 'noodoplossing'. Dit lijkt mij een geldige vorm van lijkbezorging, omdat men vroeger niet anders kon.
De vierde vorm - het begraven in de aarde - is naar mijn mening ook een goede vorm van lijkbezorging. Het lichaam wordt aan de ene kant terug gegeven aan de aarde waaruit zij gekomen is. De mens wordt zich hierdoor bewust van zijn eigen nietigheid. De mens is slechts stof. Daarnaast wordt het gebeente eervol behandeld en ligt het in het graf als teken en getuigenis van de opstanding der doden. Hierbij sluit het beeld aan dat Paulus gebruikt en waarom in de volksmond de begraafplaats ook wel 'dodenakker' wordt genoemd. Het lichaam wordt als een korrel gezaaid. Van het lichaam vinden wij niet (veel) meer terug. Toch geloven we dat God dat wel kan en uit dat 'lichaam' een nieuw lichaam vormt. Een lichaam dat niet langer sterfelijk is, maar onsterfelijk. Niet langer vergankelijk, maar onvergankelijk. Een laatste opmerking dient nog gemaakt te worden. Vele christenen zijn tot de overtuiging gekomen, dat het voor God niets uitmaakt of we begraven of cremeren. Hoewel het volgens mij meer bijbels is om te begraven, moet gezegd worden dat God bij machte is om ook uit het gecremeerde lichaam een onvergankelijk lichaam te doen opstaan. Het behoud is niet het gevolg van de behandeling van het dode lichaam, maar van het geloof in de opgestane Here Jezus. Samengevat komt het er op neer, dat binnen de christelijke traditie begraven de meest te verkiezen vorm is. Het toont aan dat het menselijk lichaam niet zonder waarde is doordat er een verwachting is van de opstanding uit de dood. Het begraven van het dode lichaam is dan ook tegelijk een getuigenis naar een ieder die van mening is, dat het met de dood ophoudt en dat het dode lichaam waardeloos is. Het is een getuigenis van geloof in de eigen opstanding, maar vooral van het geloof in de opstanding van Christus uit de dood.
Ds. J. Holtslag / drs. E.J. van der Linde
