Apocriefe boeken
Hoe echt is de Bijbel?
Erjan,
Graag roep ik even je hulp in bij het beantwoorden van een vraag die waarschijnlijk op de eerstvolgende Alpha-avond gesteld gaat worden. We gaan het dan namelijk hebben over de Bijbel en tijdens voorgaande lessen zijn er al vragen gesteld over de wijze waarop de selectie van Bijbelboeken heeft plaatsgevonden.
Mijn vraag aan jou is wat jouw antwoord zou zijn op vragen zoals:
- wie en hoe is er bepaald welke boeken wel/niet tot de Bijbel behoren?
- wat is het kenmerkende verschil tussen een apocrief boek en een écht Bijbel-boek?
- waaraan kun je zien/herkennen dat een tekst uit de Bijbel het door Gods Geest ingegeven woord is?
Bert
-----------
Wie en hoe is er bepaald welke boeken wel/niet tot de Bijbel behoren?
Allereerst de vraag 'wie en hoe is er bepaald welke boeken wel/niet tot de Bijbel behoren?' Daarbij is verschil te maken tussen het O.T. en N.T. Het principe is steeds hetzelfde geweest. Het is de gemeente geweest die samenkwam om Gods woord te lezen. Daarbij hebben ze in bepaalde boeken de 'stem', de 'hand' van God gehoord, in bepaalde boeken niet. Vaak is gesteld dat synoden, sanhedrins zich over deze vraag gebogen hebben (recent Dan Brown in De Davinci-code). Dit is niet te bewijzen met de feiten in de hand. Wel is er over een incidenteel boek gesproken op een - zeg maar - kerkelijke vergadering, maar toen stond de selectie eigenlijk al vast. Er is wel zoiets bekend als een 'verzamellocatie' van de boeken.
De boeken zijn nl. niet in eens geschreven, door één persoon (zoals b.v. de Koran), maar over een tijd van ruim 1500 jaar door meer van 40 schrijvers; en dat in 3 talen (Hebreeuws, Aramees en Grieks) en in drie continenten (Azië, Afrika en Europa). De boeken zijn los geconcipieerd en op perkament of papyrus geschreven (in Jeremia 36 wordt het proces van opschrijven in beeld gebracht). De verzamellocatie van het O.T. is het archief van de tempel in Jeruzalem geweest. Als eerste zijn de 5 boeken van Mozes als normatief voor het geloof aanvaard. Dit is al voor de 5de eeuw gebeurd. Na de Thora (Wet) werden de Profeten gecanoniseerd (vroege = Jozua, Richteren, Samuel en Koningen en late profeten) en als laatste de Geschriften. Deze driedeling zie je terug in de indeling van de Hebreeuwse bijbel, die dus afwijkt van de onze. De laatste boeken van het O.T. werden in de tweede eeuw voor Christus 'aanvaard'. Als bewijs hiervoor kan gelden dat in de vondst van Qumran ('de Dode-Zee rollen, 1e eeuw voor Christus - 1e eeuw na Christus) alle boeken van het O.T. aanwezig zijn. De verzamellocatie van het N.T. is Alexandrië (Egypte) geweest. We hebben een vrij oud handschrift uit de derde eeuw uit deze plaats waarin de complete verzameling van boeken van het N.T. staat.
Wat is het kenmerkende verschil tussen een apocrief boek en een écht Bijbel-boek?
Het niet-canonieke karakter hangt samen met een aantal zaken.
1. De schrijver van een boek schrijft onder een bekende naam, maar is deze persoon pertinent niet (b.v. de toevoeging op het boek Daniël);
2. het bevat onjuistheden (b.v. het boek Judith bevat anachronismen) of
3. het is een legendarische toevoeging bij een bijbelboek die niet past bij het originele boek zelf (b.v. bij het boek Ester).
Een aantal ‘evangeliën’ zijn apocrief (die van Thomas, Eva, Petrus) omdat ze laat zijn opgeschreven (tweede eeuw na Christus) onder de naam van een bekende uit de Evangeliën en een aantal onjuistheden bevatten. Verder zijn er brieven van geestelijken en allerlei ‘Openbaringen’ waarin mensen interessant doen en willen opvallen, maar het is nogal potsierlijk, kluchtig of regelneef-achtig. Van de apocriefe Boeken heeft de kerk altijd gezegd dat ze niet aan de canonieke boeken gelijk zijn, maar wel nuttig om te lezen. In de benaming apocrief ligt dus geen waarderingsoordeel opgesloten. Het beste kun je ze zelf lezen en de sfeer van zo’n boek opsnuiven, de inhoud tot je laten komen.
Waaraan kun je zien/herkennen dat een tekst uit de Bijbel het door Gods Geest ingegeven woord is?
1. De boeken tekenen op een besliste wijze historische gebeurtenissen, gedichten, wijsheid of brieven over een leven in onmiddellijk contact met God.
2. Aan het feit dat de schrijver meestal een bekende getuige is en dus uit eigen hand vertelt over wat hij alleen of samen met anderen beleeft in de ontmoeting met God (b.v. Mozes in de eerste 5 boeken van de Bijbel, de profeet Samuël in de 2 boeken naar hem genoemd, Matteüs en Johannes als volgeling van Jezus).
3. Het gaat in de boeken om God die handelt en zichzelf toont als een God van liefde en genade naar ons mensen toe en hoe mensen daar op reageren. De vele wereldgodsdiensten leren ons dat wij, mensen, God proberen te bereiken door ons in te spannen (regels houden, opzeggen gebeden, rituelen). De bijbel zegt ons dat God naar ons toekomt, om ons geeft, ons roept om zijn kind te worden.
4. De bijbel toont ons een werkelijke oplossing voor het grootste probleem van de mensheid: nl. de zonde en de gevolgen ervan. Jezus Christus is de oplossing van dit probleem. Door geloof in Hem is er een weg terug naar God.
5. Het tekenen van een moraliteit, waarbij tegen wetticisme gewaarschuwd wordt (b.v. onze vijanden lief hebben, niet kwaadspreken).
6. De bijbel schrijft heel openhartig over de fouten en misstappen van hoofdfiguren. Dit in tegenstelling tot veel andere godsdienstige literatuur, waarin ‘de helden’ vaak mooier worden afgeschilderd dan ze zijn.
M. von Niebuhr (een Oud-testamenticus) schrijft: ‘In het O.T. komt geen enkele patriottische leugen voor, het verbergt of bedekt nooit de ellende van het volk welks geschiedenis het beschrijft.'
Wat dat betreft heeft het O.T. een unieke plaats tussen alle geschiedenisboeken zijn waarheidsgetrouwheid is ongeëvenaard, zelfs in de ogen van hen die niet geloven in goddelijke inspiratie. En men moet ook toegeven dat het O.T. uiterst nauwkeurig is. De bijbel is door mensen op schrift gesteld. En toch hebben die mensen zo anders geschreven dan mensen dat tot dan altijd gedaan hebben. De mensen beschrijven zichzelf doorgaans niet zo ongunstig als in Rom. 3: 10-23 gebeurt (‘Er is niemand die doet wat goed is, zelfs niet één.’) Ook vertellen ze niet zo gemakkelijk hoe zij zonder slag of stoot door de duivel overwonnen werden (Genesis 3). En welke mensen zouden ooit een hel hebben uitgedacht als eeuwige straf voor zonde en ongeloof, of een eeuwige gelukzaligheid hebben verzonnen voor schuldigen, die zonder de geringste eigen verdienste, door pure genade, zijn vrijgesproken van een straf die ze hebben verdiend? Normaal zoekt de mens Gods gunst als een beloning voor zijn ‘goed-zijn’; zijn religie is altijd een recept voor verbetering van zijn karakter en gedrag. Die gedachte is vreemd aan de bijbel, waarin mensen – door God gestimuleerd – vertellen dat het verlost worden een geschenk van God is (genade); een mens is hopeloos verloren en kan niets anders doen dan geloven in Jezus Christus.
Een aardig verhaal over punt 1: Critici van de bijbel beweerden dat er nooit Hethieten geleefd hadden, ondanks het feit dat ze in de Bijbel 46 keer genoemd worden. Maar latere opgravingen toonden ons 1200 jaar beschaving van de Hethieten, die van 2000 – 1200 voor Christus leefden in het huidige Turkije, Libanon en Noord-Israël.
drs. Erjan van der Linde
